vrijdag 21 oktober 2011

Bom op Larenstein


Bodemkunde kan saai zijn, maar niet op Landgoed Larenstein! Je weet immers nooit wat je tijdens het boren tegenkomt. Op en rond Landgoed Larenstein is in de tweede wereldoorlog nog al wat afgevochten en dat werd de afgelopen dagen maar weer eens bewezen met een (op het eerste gezicht) nogal explosieve vondst. Sluit je ogen en ga mee terug in de tijd…..

1945. In de verte bulderen kannonen en een enorme klap doet de omwonenden van Landgoed Larenstein schrikken. Er vormt zich een rookgordijn om het dorp en troepen van de Geallieerden rukken op langs de Larensteinse Laan. De rook wordt geproduceerd door de zogenaamde Engelse 25 ponder rookgranaat. In deze granaat zaten 3 rookpotten die als de granaat neerkwam er aan de onderkant uitvlogen door de inwendige explosie. De lege huls bleef dan in de grond steken.

2011. Bij graafwerkzaamheden op Landgoed Larenstein vinden de werklui een huls in de grond. Bij nadere inspectie blijkt het om een 25 ponder rookgranaat te gaan, gelukkig ongevaarlijk dus. De huls wordt uit het gat getild en veilig op de grond neergelegd. Vervolgens word de EOD gebeld en de wordt het projectiel opgehaald om veilig vernietigd te worden.

Mocht je ooit zelf een huls van het een of het ander tegen komen dan adviseert de EOD deze met zand te bedekken, de locatie te markeren en direct de politie te waarschuwen via 0900-8844. Ga dus niet met de huls lopen slepen, je weet immers niet of hij ongevaarlijk is of niet. En veiligheid gaat altijd voorop!

Tekst en foto: Tim van Leeuwen
Info en achtergrond: Dick Timmerman



woensdag 19 oktober 2011

Hoornaar of Horror?

Soms schrik je wel eens van wat er allemaal onder een boomstam vandaan kan komen. Zo moet ik bekennen dat vertedering niet mijn eerste emotie was bij het zien van deze Hoornaar (Vespa crabro). Maar de eerste snelle schrikreactie sloeg al snel om in verwondering en interesse in dit prachtige dier. Want geef nou toe, zij is wel geweldig mooi geel en oranje!

Ik zeg hier expres zij omdat ik zeker weet dat dit een bevrucht vrouwtje is. Hoornaars zijn sociale dieren en leven dus net als wespen en bijen in kolonies. Deze kolonies zijn echter veel kleiner dan die van de andere sociale wespen (<1000) en hoornaars zijn bovendien ook veel minder agressief. Je kunt makkelijk een hoornaar nest op 5 meter naderen zonder een probleem te hebben. Hoornaars zijn bovendien echte jagers. Ze eten voornamelijk vliegende insecten en rupsen dus hebben geen interesse in je limonade. Je zult ze dan ook nooit als terrasterrorist rond je drankje zien zweven.

In het voorjaar word de kolonie gesticht door één enkele koningin die heeft overwinterd. De hoornaar die hier onder de boomstam zit (en voor de foto even op Robins hand)is een van die bevruchte vrouwtjes die na het uiteenvallen van haar kolonie een geschikte plaats heeft gevonden om te overwinteren. In wezen verstoorde ik met het omdraaien van deze boomstam dus een koningin tijdens haar schoonheidsslaap! Bij deze excuus majesteit!

Foto en tekst: Tim van Leeuwen

woensdag 28 september 2011

Ode aan het lof!

Of zoals Heinze Hermann Polzer zou zeggen “Kwalijke ziekten en vieze gezwellen. Knolraap en lof, schorseneren en prei!” Brussels lof is diep met onze vaderlandse geschiedenis verweven en het werd eens tijd dat iemand het eens op neemt voor deze tegenwoordig bijna vergeten groente! Toch is deze groente waarschijnlijk een van onze de jongste landbouwgewassen.
Het begon allemaal omstreeks 1830 in het dorpje Schaarbeek nabij Brussel. De Belgische afscheidingsoorlog was in volle gang en een boer had wat Wilde cichorei (Cichorium intybus) wortels onder een laagje zand in zijn kelder verstopt. Deze wortels werden daar als sinds de 17e eeuw verbouwd om gedroogd en gemalen als koffievervanger te dienen. Na ze een tijdje vergeten te zijn kwam hij weer eens terug in zijn kelder en ontdekte dat de wortels waren uitgelopen! De witte blaadjes smaakten zoet en mals (die associatie heb ik nou nooit bij witlof, maar goed) en hij besloot ze te verkopen. Het “wit loof” werd voor het eerst in 1867 op de markt van Brussel aangeboden en zo ontstond de witlof die wij nu in onze supermarkten kunnen kopen.
Maar al in de tijd van de Germanen was Wilde cichorei al in zwang. Zij gebruikten de plant voor medicinale maar ook dubieuze praktijken. Wilde cichorei werd medicinaal gebruikt als maagversterker maar de Germanen waren ook zo onder de indruk van de hemelsblauwe kleur van de plant dat ze op de een of andere manier besloten schijnen te hebben dat het een “toverplant” was waarmee je jezelf onschendbaar kon maken. Misschien is dit dan ook de reden dat de Germanen uiteindelijk de Romeinen verdreven en zo heer en meester werden over West Europa! Ik zou je echter toch niet aanraden om uit een vliegtuig te springen met alleen een cichoreibloempje op zak. Wilde cichorei kan echter wel op een andere manier je leven redden. In Nederland word de plant namelijk gebruikt voor de productie van insuline voor mensen die dat zelf niet meer zo goed kunnen omdat ze lijden aan Diabetes mellitus. Zoals Heinze zou zeggen “Wie zal ons redden, wie maakt ons weer vrij. Knolraap en lof, schorseneren en prei!” Dus is Wilde cichorei toch nog een echte toverplant, die Germanen zijn zo gek nog niet!

Foto en tekst: Tim van Leeuwen

woensdag 21 september 2011

Nog steeds vlinders te zien!

De toptijd om vlinders te spotten valt voor veel studenten net verkeerd: midden in de zomervakantie! Toch valt er ook nu nog genoeg te zien. Zeker op warme, zonnige dagen.

Het bont zandoogje bijvoorbeeld, deze vlinder is zeker tot in oktober te zien! Zoek vooral langs de bosranden en langs de paden in het bos. Het bont zandoogje vliegt in maar liefst 3 generaties, waarvan nu de laatste aan de beurt is. Dit betekent dat de soort per seizoen 3 keer de rups-pop-vlinder fase doormaakt. Je ziet dus niet de hele zomer dezelfde vlinders! Overwinteren gebeurt meestal als pop, waardoor vanaf half mei de 1e nieuwe zandoogjes alweer te bewonderen zijn! Naast deze laatvliegers kun je nog meer soorten zien de komende tijd.
Atalanta bijvoorbeeld, een trekvlinder die aan het eind van deze maand weer naar het zuiden vertrekt. Maar ook de vlinderoverwinteraars dagpauwoog, citroenvlinder, gehakkelde aurelia en kleine vos kun je nog geregeld tegenkomen. Zij gebruiken de laatste nectar (en rottend fruit!) om zich nog even vol te eten voor de lange winterslaap begint.



Tekst: Marije de Kruijf
Foto: Tim van Leeuwen

zondag 18 september 2011

Een vrolijk gekleurde exoot

In februari berichtten we over de
azaleaknopvreter (Pycnostysanus azalaea). Na veel speurwerk kwamen we er toen achter dat deze schimmel zich vestigt door toedoen van de rododendroncicade (Graphocephala fennahi). Afgelopen week zag ik ineens wat vliegen bij de rododendronstruiken(Rododendron ponticum) en wat bleek: het was deze cicade

! Dit mooie fel groen met oranje en gele diertje komt van oorsprong uit noord amerika en is in de jaren 30 naar Engeland meegelift. Vanuit daar is hij ongeveer 40 jaar later naar het Europese vasteland overgestoken en zuigt hier nu massaal aan de rododendrons. De cicades zijn als nymfje(onvolwassen dier) helemaal afhankelijk van rododendrons maar als ze volwassen zijn kunnen ze ook het sap van andere planten zuigen.
Niet inheemse dieren hebben in ons land vaak weinig natuurlijke vijanden. Helaas voor 1 van de cicades bleek dat niet te gelden voor kruisspinnen. Wij vonden namelijk een prachtig ingepakte kant en klaar maaltijd die even daarvoor nog had rondgevlogen.
De een zijn dood is de ander zijn brood zullen we maar zeggen.



Tekst en foto's: Robin Kraaij


woensdag 14 september 2011

Wie wo wa wit

Ja dat vond ik nou ook. Wit! Deze rode klaver (Trifolium pratense) heeft het eerste gedeelte van zijn naam niet helemaal begrepen. Waar de bloemen overwegend paars/rood horen te zijn, zijn de bloemen in dit bloemhoofdje wit. Dacht je het even simpel te hebben met een naam als rode klaver, blijken er ook witte varianten te bestaan! De natuur is niet eerlijk!
Sommigen van jullie zullen misschien denken dat dit een albino klaver genoemd zou moeten worden maar niets is minder waar! Een albino is een organisme dat door genetische afwijking alle kleur verloren heeft. Bij planten betekend dit dat zij ook geen bladgroen meer hebben en dus via bijvoorbeeld parasitisme aan hun voedingsstoffen moeten zien te komen. een voorbeeld is een zeldzame variant van de Kustmammoetboom (Sequoia sempervirens), deze bomen hebben geen bladgroen en parasiteren daarom op normale kustmammoetbomen,. deze klaver heeft nog wel bladgroen dus is het geen albino. Dit is gewoon wat genetici noemen genetische diversiteit en word veroorzaakt doordat nakomelingen bij geslachtelijke voortplanting een deel van hun genen van hun moeder en een deel van de genen van hun vader krijgen. Doordat de genen van beiden ouders licht van elkaar verschillen kunnen nieuwe combinaties ontstaan die invloed hebben op het uiterlijk van het kind. Dit is wat er gebeurd is bij deze klaver. Toch blijft het een raar idee, een witte rode klaver.

Tekst en foto: Tim van Leeuwen