dinsdag 25 februari 2014

Voorjaarstrek van de Kraanvogel


Het is weer zover. De voorjaarstrek van de kraanvogel (Grus grus) is in volle gang. De weersomstandigheden waren gisteren (24-2-14) perfect voor de terugkeer naar hun broedgebieden. Grote groepen, tot wel tweehonderd exemplaren trokken over het land. Met name in het oosten van het land werden ze waargenomen. Volgens waarneming.nl zijn er meer dan 100.000 individuen over getrokken. De vogels overwinteren in Zuid-Europa en Noord-Afrika en zijn nu onderweg naar hun broedgebieden in Centraal- en Oost Europa, maar ook naar Duitsland, Polen en Scandinavië (waarvan Zweden het grootst aantal broedparen heeft).


                            Foeragerende kraanvogels in Oost-Polen (Biebrza)

Sinds 2001 broeden er ook weer kraanvogels in Nederland. Hun leefomgeving en broedhabitat bestaan uit uitgestrekte moerassen en hoogvenen. Ook in extensieve- en kleinschalige landbouw voelen zij zich thuis. Enkele broedparen hebben zich gevestigd in het Fochtelooerveen en het Dwingelderveld.

                         Overvliegende kraanvogels (Biebrza)

Wil je zelf kraanvogels zien? Kijk dan vooral met de juiste trekomstandigheden (zuidoosten wind) eens naar de lucht. Vanaf het landgoed worden ook regelmatig overtrekkende kraanvogels waargenomen. Een andere goede plek is de Emma-piramide (uitkijktoren), gelegen op de Kluizenaarberg. Vanaf dit punt heb je een mooi overzicht op de IJssel-vallei. Mocht je de kraanvogels tijdens de trek missen dan kun je ze alsnog in hun broedgebieden opzoeken.

Foto's: Jos Hoekerswever
Tekst: Gijs Bouwmeester
Bron: vogelbescherming.nl


donderdag 6 februari 2014

De Hulstmineervlieg

Zogenoemde bladmijnen zijn gangetjes die door insectenlarven uit bladweefsel worden gegeten. Deze gangetjes hebben vaak een heel kenmerkend uiterlijk. En bovendien leven deze 'bladmineerders' vaak in maar één, of in elk geval nauw verwante, plantensoorten! Voor de insectengekken is deze soortengroep dus een leuke uitdaging in de, voor insectenliefhebbers, vaak wat saaie winter.

Hieronder is een foto te zien van de larve van de hulstmineervlieg. Dit is een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen. De hulstvlieg is heel kenmerkend doordat de soort als enige in Nederland in Hulst zit. In de nazomer vormt de hulstmineervlieg bladmijnen. Als je goed naar de foto kijkt, kun je wel zien waarom dit mijnen heten, al werkende worden deze tunnels gevormd, net als bij kolenmijnen! In de mijnen overwintert de larve. In het voorjaar begint de larve weer te eten. Natuurlijk groeit hij daardoor, en de gangen worden steeds groter. Als het diertje groot genoeg is, verpopt hij zich. In Mei komt de vlieg uit de pop gekropen. Het is misschien beter om vliegje te zeggen, want het diertje is maar 4 mm groot. Als volwassen vlieg eet hij nog steeds van de hulstbladeren. De vlieg prikt in de bladeren en zuigt de cellen leeg. Eind mei worden er eitjes afgezet bij de hoofdnerf van jonge bladeren. Deze komen uit, en de larven beginnen weer met het maken van bladmijnen.

Als je de volgende keer bij een Hulst staat, moet je maar eens goed kijken of je deze vlieg met zijn bijzondere levensstijl kunt ontdekken!



                                 Foto: Robin Kraaij

Tekst: Rebecca Wielink en Gijs Bouwmeester
Foto: Robin Kraaij

dinsdag 12 november 2013

Muuronderhoud

Zoals je al hebt gezien is de muur bij de ingang opnieuw gemetseld. Dit is gedaan om deze te verstevigen, de muur is ''getrapt'' gemaakt om hem extra stevigheid mee te geven.


De planten die op de muur groeiden zijn gespaard gebleven. Ze zijn voor de werkzaamheden van de muur gehaald en later weer terug gezet. Er staan nu weer soorten als muurbloem, steenbreekvaren en blaasvaren.
Steenbreekvaren
 
 
 
Tekst en foto's: Jurgen Rotteveel
Met dank aan: André Hertog

maandag 16 september 2013

Reuzen op het landgoed

Nee, dit is niet de titel van een sprookje. Het is echt waar! Afgelopen vrijdag bevonden zich reuzen op Landgoed Larenstein. Weliswaar geen reuzen in verhouding tot mensen, maar wel reusachtige zweefvliegen. Op en rond de vlinderstruiken in de T&L tuin, nabij de bijenkasten zoemden twee vrouwtjes van de stadsreus (Volucella zonaria).
Mijn eerste ingeving was, hé een hoornaar! Maar na even goed kijken liet ik deze conclusie al snel varen. Toch te klein en andere uiterlijke kenmerken die niet overeen komen met een hoornaar. De vergelijking met een hoornaar is niet gek, ik stond namelijk oog in oog met de grootste zweefvlieg van Nederland! Zoals de naam stadsreus wellicht doet vermoeden, komt deze soort naast allerlei typen bos en halfopen landschap opvallend vaak voor in stedelijk gebied, zoals in parken, tuinen en plantsoenen.
De twee vrouwtjes die ik op Landgoed Larenstein zag, zijn als vrouwtjes te herkennen, doordat de ogen bovenop hun kop gescheiden zijn. Bij mannetjes zitten de ogen tegen elkaar aan. Stadsreuzen bezoeken bloemen met schermen en trossen, zoals koninginnenkruid, valeriaan en waar ik ze op het landgoed zag, vlinderstruik.
Vrouwtje Volucella zonaria bij nest van gewone wesp.
 De larven van de stadsreus ontwikkelen zich in boven- en ondergrondse nesten van sociale plooivleugelwespen. Voor zover bekend van Duitse wesp, gewone wesp en hoornaar. De larven leven onderin het nest van afval en dode wespenlarven.
Tekst en foto’s: Tamar Braaksma
Afbeelding: zie bron.
Bron: De Nederlandse zweefvliegen (Diptera: Syrphidae). – Nederlandse Fauna 8. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis KNNV Uitgeverij, European Invertebrate Survey – Nederland.  


 

zaterdag 31 augustus 2013

Gewone dwergvleermuis

In de zomervakantie kan Landgoed Larenstein even opgelucht ademhalen. De vele voeten welke het landgoed dagelijks te verduren krijgt, verspreiden zich dan over Nederland, Europa en misschien wel daarbuiten. Afgelopen zondagavond was het landgoed nog in een diepe rust. Een blauwe reiger vloog zwijgzaam op vanaf de waterkant van de grote vijver. Teunisbloemen langs de waterkant wuifden weemoedig mee met de wind, denkend aan de tijd dat zij vol belangstelling bekeken werden door de talloze studenten die iedere dag passeerden. De ondergaande zon deed Landgoed Larenstein zondagavond veranderen van een stil en verlaten landgoed naar een landgoed vol leven: het werd het domein van vleermuizen.

Talloze gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) zag ik jagend boven het landgoed. Ogenschijnlijk in stilte, maar wanneer ik mijn batdetector aanzette werd ik overweldigd door een luid kabaal. Een vlak over je heen vliegende gewone dwergvleermuis  klinkt zo : http://waarneming.nl/sound/6/2146.mp3 . De naam dwergvleermuis is erg toepasselijk, het diertje weegt slechts 3 tot 7 gram. Verder is de vleermuis bruin, met driehoekige oren. De rugzijde is donkerbruin, soms roodbruin. De onderzijde is wat lichter geelbruin, soms grijsbruin. Qua biotoopeisen is de gewone dwergvleermuis een zeer flexibele soort: van stadscentra tot menselijke nederzettingen op het platteland en in bijna alle andere biotopen. Waar aanwezig, wordt de voorkeur gegeven aan bossen en wateren. Tijdens het foerageren vliegen gewone dwergvleermuizen behendig en onregelmatig. Zij vangen hun prooi doorgaans langs lijnvormige structuren op vaste vliegroutes, met snelle manoeuvres en duikvluchten. Verspreid over een donker Landgoed Larenstein zag en hoorde ik verschillende gewone dwergvleermuizen. Echt genieten!
Nu is het gedaan met de serene rust die de afgelopen weken op Landgoed Larenstein heerste. Vele voeten zullen tijdens de introductieweek en tijdens de rest van het schooljaar het landgoed betreden. Het landgoed komt langzaam weer tot leven.


Tekst: Tamar Braaksma
Foto: Theo Bakker
Bron: Vleermuizen Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur 2009.

donderdag 13 juni 2013

Icarusblauwtje

Zo, even een half uurtje naar buiten. Even genieten van het landgoed en bijkomen van dingen, waar wij mensen moe van worden: zittend voor een beeldscherm rapporten schrijven en naar Excel bestanden turen. Eenmaal buiten op de grote wereld kun je je groots voelen door de vrijheid. De vrijheid om er even uit te zijn, te mogen genieten van de zon en om je verstand op nul te kunnen zetten. Maar soms voel je je klein en nietig, wanneer het stormt en je haast weggeblazen wordt. Hoe zou het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) dat ik vandaag tegenkwam, zich gevoeld hebben? Ik zag een blauwtje vliegen, dapper, onverschrokken  recht tegen de wind in. Op zoek naar een beschut plekje om bij te komen en op te kunnen warmen. De wind maakte het niet bepaald tot een paradijselijke plek. Wild ging de bloeiaar van smalle weegbree, waar het icarusblauwtje zich aan vast had geklampt heen en weer.


 Het icarusblauwtje is een algemene standvlinder, welke in twee, soms drie generaties vliegt, van mei tot eind augustus. Deze algemene dagvlinder komt in vrijwel heel Nederland voor bij allerlei kruidenrijke graslanden. ‘Mijn’ icarusblauwtje kwam ik tegen bij een kruidenrijk graslandje nabij de ‘kunstwerken’, langs het spoor bij Helicon. De waardplanten zijn verschillende vlinderbloemigen, met name kleine klaver, rolklaver en hopklaver. Vrouwtjes van de eerste generatie zetten de eitjes vooral af op kleine klaver, vrouwtjes van latere generaties gebruiken met name rolklaver. Aanvankelijk mineert de jonge rups in het blad; het rupsje leeft dus in het blad. Alleen het tussenweefsel van het blad wordt gegeten. Latere stadia van de rups leven aan de buitenzijde en eten het hele blad. Halfvolgroeide rupsen overwinteren in de strooisellaag of laag tegen de stengel van de waardplant.



Icarusblauwtjes voeden zich met nectar van hoofdzakelijk vlinderbloemigen, maar ook andere kruiden worden bezocht. De vlinders overnachten vaak in kleine groepjes in beschutte graspollen. Twee tot drie vlinders zitten dan met de kop naar beneden op een grasspriet. In de vroege ochtend en de late namiddag zijn ze regelmatig te zien op deze gezamenlijke rustplaatsen.  
Het maaibeheer is op Landgoed Larenstein ingesteld op de grote ratelaar. Deze plant is een halfparasiet en parasiteert op grassen. Als gevolg hiervan kunnen kruiden beter tot ontwikkeling komen. Het icarusblauwtje heeft dus, samen met andere ruigteminnende soorten, profijt van het maaibeheer op het landgoed.

Dus geef de tuinmannen eens een schouderklopje en ga op zoek naar groepjes rustende icarusblauwtjes!

Tekst en foto’s: Tamar Braaksma

Bron: De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea. – Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland.