dinsdag 27 november 2012

Aan het werk voor Akker(on)kruiden


 
In het voorjaar en de zomer zijn de veldjes met akkeronkruiden rijk begroeid met soorten als Bolderik, Korenbloem, Gele ganzenbloem en Knopherik.  Met het beheer van akkeronkruiden kunnen soorten in stand worden gehouden die zich bij intensieve landbouw niet meer kunnen handhaven.
Donderdag 22 november werden de zandakker en de kleiakker gefreesd. Misschien ben je benieuwd waar dat nou voor nodig is en wat de effecten zijn op de bodem en de vegetatie. Door een bepaalde manier van bodembewerking kun je de vegetatie beïnvloeden. Als je hier meer over wil weten volgt nu een korte uitleg.

De akkers worden gefreesd omdat er geen ploeg beschikbaar is. Bij het frezen word de grond door elkaar gemixt en hierbij worden veel plantenwortels doorgesneden. Soorten met dikke wortelstokken profiteren hiervan doordat ze beter verspreid worden. Dit leidt tot een toename van plantensoorten als: Kweek, Akkerdistel en Haagwinde.
Voor de bodem is frezen niet ideaal omdat de grond hierbij gemixt wordt, waardoor er meer kans is op verdichting en verslemping. Dit treedt vooral op bij kleigronden. Bij ploegen wordt de bouwvoor omgekeerd een ontstaat een geheel nieuw zaaibed. Doordat de zaden ook worden ondergeploegd komen er minder kruiden op dan bij frezen. De eerder genoemde soorten met dikke wortelstokken hebben hierbij geen voordeel.

Bij kleigronden is het beter om in het najaar te ploegen of spitten zodat de grond kan uitvriezen. Door de bodembewerking kan de vorst diep in de grond doordringen waardoor een fijne structuur ontstaat met en betere ontwatering. Bij zandgrond maakt dit niet uit. Wanneer in het najaar de bodem wordt bewerkt komen meer tweejarige soorten voor terwijl bij bodembewerking in het voorjaar alleen eenjarige soorten voorkomen.
In het verleden is de helft van de akker eens ingezaaid met wintergraan zoals rogge. Dit inzaaien kan van half oktober tot ongeveer eind november. Hierbij ontstaat een andere vegetatie met minder lichtminnende kruiden. Soorten als Bolderik en Korenbloem blijven wel voorkomen maar Gele ganzenbloem heeft een grote lichtbehoefte en word daardoor weg geconcurreerd.

Tekst en foto: Niek Meister
Met dank aan: André van Harxen

vrijdag 2 november 2012

Opgelet: het is weer paddenstoelenseizoen!


Ze schieten weer de grond uit. Wanneer je in deze tijd van het jaar over het landgoed rond loopt kun je allerlei soorten tegenkomen. 300 soorten op het schoolterrein zijn al op naam gebracht maar waarschijnlijk zijn er wel 400, 500of mischien zelfs 700. (In Nederland zijn circa. 4000 soorten)


In het Vijverbos zijn soorten te vinden als de Kleine stinkzwam, Gewoon eekhoorntjesbrood, Prachthertenzwam, vezelkoppen, de Geelbruine schijnridder en Sparrenveertje.

Hier komt een bijzondere soort voor die ook op de foto te zien is: de Streepsteel veldridderzwam (Melanoleuca grammopodia f. megacarpa). Deze soort is pas 3 keer waargenomen in Nederland. Erg onopvallend is deze soort niet de hoed kan een groote bereiken tot 17 cm. Het is een soort die op grof strooisel en humusrijke bodems groeit. In theorie is deze soort aan te treffen in allerlei bossen op vochtig tot droog voedselrijk zand, leem en klei. In de praktijk is het kennelijk niet zo makkelijk gezien het aantal waarnemingen.

Achteraan op het landgoed bij de populierenrij langs de A12 is een heksenkring te zien van de Populierenmelkzwam. Op de dikke dode beuk groeien verscheidene porseleinzwammen (en ook op de houten uil naast de aula). Wanneer je verder rondloopt over het landgoed kom je ze overal tegen in allerlei vormen.

Paddestoelen zijn van groot belang voor planten. Ze krijgen vaak maar weinig aandacht, terwijl 90 % van alle planten afhankelijk is van schimmels. Ongeveer 58 % van de paddenstoelen zijn Saprofyten, zij leven van dood plantaardig materiaal. 20 % zijn Symbionten, de samenwerker. De zwamvlok van de paddestoel is verbonden met de wortels van de boom of plant, De paddenstoel krijgt organische stoffen en geeft in ruil andere voedingstoffen, water of bescherming tegen bepaalde ziekten. Wanneer bomen niet zouden samenwerken met paddenstoelen zouden ze een veel groter wortelstelsel nodig hebben. Dan is er nog een laatste categorie van Parasieten. Een voorbeeld hiervan is de Rupsendoder. Deze paddenstoel leeft van de poppen van nachtvlinders.

De paddenstoelen op het landgoed worden geïnventariseerd door André Hertog en door Marjon van der Vegte. Zij heeft ook een leuke site met mooie foto`s voor degenen die nog meer willen weten over paddenstoelen op het landgoed, op de Posbank, Loenermark en Lichtenbeld. http://www.amanita.fotovidi.nl/ (zie vindplaats, Larenstein, biotoop)

Tekst en Foto: Niek Meister
Met dank aan: Adré Hertog

dinsdag 23 oktober 2012

Oenanthe aquatica


Watertorkruid behoort tot de apiaceae, bij sommigen beter bekend als de schermbloemenfamilie. De bladstengel van watertorkruid is, anders dan bij pijptorkruid dat ook tot het geslacht oenanthe behoort, met merg gevuld. De schermen zijn kort gesteeld en staan merendeels tegenover de bladeren; ze hebben geen omwindsel. In Nederland is watertorkruid een van de gewoonste schermbloemigen van natte standplaatsen, behalve in uitgesproken brakwatergebieden. Watertorkruid is kenmerkend voor standplaatsen met een wisselende waterstand. Onder de schermbloemigen van de waterkant is het de meest uitgesproken pionier; watertorkruid kiemt alleen op drooggevallen plekken. Blijft de groeiplaats het tweede jaar onder water, dan ontwikkeld watertorkruid zich weliswaar fors, maar na te hebben gebloeid en vruchtgezet, verdwijnt het, tot de plek opnieuw droog valt. Watertorkruid is op één plek op het landgoed Larenstein aanwezig. De plant welke van juni tot en met augustus bloeiend te bewonderen is, groeit aan de waterkant naast de vlonder van de grote vijver. Echter neemt de plant de laatste jaren steeds verder af. Hieruit kan worden afgeleid dat het waterpeil van de grote vijver stabieler wordt. Op dit moment is van het watertorkruid naast de vlonder, niet meer dan een  vegetatieve vorm te zien.
  
Tekst en foto: Tamar Braaksma
Met dank aan André Hertog (inspiratiebron)
Afbeelding en bron: Nederlandse oecolische flora wilde planten en hun relaties.

dinsdag 25 september 2012

De Grote gele kwikstaart


Momenteel worden er geregeld Grote gele kwikstaarten (Motacilla cinerea) gezien op en rond het landgoed Larenstein. De Grote gele kwikstaart, familie van de Piepers en kwikstaarten (Motacillidae), is groter dan de veel algemenere Witte en Gele kwikstaart (Motacilla alba en M. flava). Als je denkt aan een verschil in grootte zoals tussen Merel en Zwarte kraai kom je echter bedrogen uit. De verschillen in grootte bedragen hoogstens 3 cm. Het belangrijkste kenmerk van de Grote gele kwikstaart zijn zijn grijze kop en rug en zijn gele buik. De Gele kwikstaart heeft een geel/groene rug en gele buik. De naam Kwikstaart hebben de vogels te danken aan de rare gewoonte om hun staart regelmatig omhoog en naar beneden te bewegen.

Grote gele kwikstaarten komen vooral voor rond gebieden met stromend water zoals beken en rivieren. In Nederland broedden de meeste Grote gele kwikstaarten in de provincies Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. De grootste aantallen broedvogels worden vaak vastgesteld in de buurt van de Duitse grens. In de winter kun je Grote gele kwikstaarten door heel Nederland aantreffen en zoeken ze zelfs de bewoning op. Vaak foerageren ze op platte daken waar een beetje water op blijft staan, zo had ik zelf twee jaar geleden een week lang een Grote gele kwikstaart op mijn balkon in Velp.

Door achteruitgang van de waterkwaliteit en door kanalisatie van beken zijn de aantallen broedende Grote gele kwikstaarten achteruit gegaan in Nederland. Het verbeteren van de waterkwaliteit en aanleg van natuurlijke oevers zou een positieve invloed moeten hebben op het aantal broedvogels. Momenteel gaat het aantal broedvogels helaas nog steeds achteruit. Er broedden in Nederland momenteel 340 tot 550 paartjes Grote gele kwikstaarten.


Tekst en foto’s: Jurgen Rotteveel.

Foto boven: Mannetje Grote gele kwikstaart bij de beekhuizenbeek.
Foto onder: Grote gele kwikstaart op balkon in Velp.

-Bronnen: -ANWB vogelgids van Europa (L.Svensson, 2010)
                  -www.sovon.nl (2012)
                  -www.waarneming.n l(2012)
-Geluid van Grote gele kwikstaart:

maandag 17 september 2012

Krabbenscheer

Bij het bruggetje op het landgoed is de krabbenscheer bruin gekleurd en over een aantal weken valt er boven water niets meer van te zien. Deze rode-lijst soort speelt een belangrijke rol bij verlanding in veengebieden en vormt een schuilplaats voor veel waterdieren. Het voorkomen van Krabbenscheer zegt iets over de goede waterkwaliteit omdat deze plant erg gevoelig is voor sulfaat.
In de winter liggen de planten op de bodem, maar in het voorjaar worden nieuwe bladeren gevormd. Deze bladeren bevatten cellen die met gas zijn gevuld. Hierdoor drijven ze naar het oppervlak. In deze tijd van het jaar vullen de cellen zich weer met water en zal de plant naar de bodem zinken.
Bepaalde insectensoorten zoals de Groene glazenmaker en het Lichtmotje zijn gebonden aan Krabbenscheer. De Groene glazenmaker legt haar eitjes op de bladen zodat de eitjes samen met de plant kunnen overwinteren op de bodem. De Gerande oeverspin word hierop ook vaak aangetroffen en de Zwarte stern nestelt in dichte vegetaties van Krabbenscheer.
Tekst en foto: Niek Meister
Bron: www.knnv.nl

woensdag 6 juni 2012

Een opvallende schoonheid


Van alle mooie dingen die je kunt tegenkomen op Landgoed Larenstein hoort de koninginnenpage toch zeker wel bij de top 10! Toen Jill, een van de conciërges, dan ook vertelde dat er een grote geel met zwarte vlinder in de tuin zat, zijn we meteen naar buiten gegaan om te kijken of hij er nog zat. En ja hoor, daar zat een prachtige koninginnenpage (Papilio machaon) rustig te genieten op een orchidee in het blauwgraslandje. Het zonnetje scheen niet en het was niet erg warm, dus  zij was erg kalm en liet zich goed fotograferen. Deze dagvlinder, een van de grootste van Nederland, was op het landgoed pas 1 keer eerder waargenomen in 2006, dus dat is altijd extra leuk!

Als deze vlinder eitjes legt in de tuin kunnen we de komende weken genieten van de bijzondere rupsen. De op schermbloemen levende rupsen beginnen hun leven lijkend op een vogelpoepje. Door er zo vies uit te zien worden ze minder opgegeten door vogels en is er meer kans dat ze na een paar vervellingen fel groen met zwart en oranje zullen worden. Deze felle kleuren dienen om predatoren af te schrikken. Als je van de kleuren nog niet genoeg bent afgeschrikt heeft de rups nog een trucje achter de hand. Dan floept er opeens een stinkende oranje gevorkte klier uit zijn nek, een osmaterium genoemd. Al met al heeft de rups dus een flinke trukendoos om de volwassenheid te bereiken in de boze buitenwereld!

Ook de vlinder is gebouwd op overleven. Zijn grootte en opvallende kleuren zorgen ervoor  dat hij een makkelijke en ook smakelijke prooi is voor vogels. De koninginnenpage heeft daarom 2 uitsteeksels aan het einde van zijn vleugels. Deze uitsteeksels lijken ontzettend op antennes en de kans is dus groot dat de vogel een hapje vleugel te pakken heeft in plaats van een vlinderhoofdje. Zo zie je maar, de koninginnenpage is niet alleen een mooi maar ook handig ontwerp!

Bronnen: www.vlindernet.nl
              www.soortenbank.nl

Tekst en foto: Joline Middelberg