woensdag 25 juni 2014

Knallende werkzaamheden op het landgoed!

Een ieder die wel eens een rondje over het landgoed loopt kent hem wel. Als een een blauwe flits die over het water scheert of aan zijn typische roep die hem verraad. De ijsvogel (Alcedo athis). Sinds jaar en dag is deze prachtige vogel op het landgoed te aanschouwen. Maar waar broeden deze kleurrijke vogels eigenlijk?

IJsvogels zijn afhankelijk van zandige- of lemige steile oeverranden. In voorgaande jaren heeft het paartje ijsvogels op het landgoed meerdere malen geprobeerd te broeden. De enige steilwand die op het landgoed aanwezig was lag in een diep gat op het braakliggende terrein. Door verstoring en andere zaken hebben ze hier nooit hun kroost groot kunnen brengen. 

Om de ijsvogels een geschikte en permanente nestgelegenheid te bieden heeft LaarX in samenwerking met de studentenverenigingen Arbori cultura en Quercus een aantal (kunstmatige) steilwanden aangelegd. Zonder slag of stoot ging dit niet. 


In overleg met de tuinmannen zijn er drie locaties uitgekozen om een steilwand bij de vijvers van Larenstein aan te leggen. Per locatie werd door vier man bewapend met steekschoppen, bijlen en takkenscharen de handen uit de mouwen gestoken. Nog geen tien minuten waren we aan het werk tot er BOM over het landgoed galmde. Bij één van de locaties waren de harde werkers bij het uitbaggeren van de oever op een bom gestuit. De werkzaamheden werden stil gelegd en de conciërge werd erbij geroepen. Deze heeft vervolgens de politie ingeschakeld.


Op die locatie ging het hem eerst niet worden. Dus vol goede moed door naar de volgende. Ook hier zat het ons niet mee. Na twee keer een schop in de grond te hebben gestoken werden we belaagd door een zwerm lastige wespen. Ook hier moesten we dus verkassen. Gelukkig ontleende de oever zich vijf meter verder prima voor de aanleg van een steilwand. Op de derde locatie kregen we te maken met dikke boomwortels en veel puin in de oever. Het begin is er en deze steilwand zal net als de locatie van de bom op een later moment voltooid worden. 

Voor de bom was de EOD inmiddels ingeschakeld. Met drie man sterk kwamen ze de bom onschadelijk maken. Het bleek om een Britse 3,7 inch luchtafweer brisantgranaat te gaan. Omdat de bom/granaat door roest en ouderdom instabiel kon zijn werd er besloten om het explosief op het landgoed onschadelijk te maken. Hoe dit in zijn werk ging is op onderstaand filmpje te zien:


Zo zie je maar weer wat je allemaal wel niet op het landgoed tegen kan komen. De rest van de steilwandjes worden binnenkort verder gerealiseerd. Namens LaarX willen we alle studenten die hebben meegeholpen (en daarmee hun leven op het spel hebben gezet) heel hartelijk bedanken. Hopelijk word de noeste arbeid volgend jaar beloond met jonge ijsvogels!

Tekst: Gijs Bouwmeester
Foto's en filmpje: Jos Hoekerswever

woensdag 11 juni 2014

Plantaardige vampiers?

Nee, deze planten drinken geen bloed maar onttrekken wel voedingstoffen en water van hun gastheren. Er zijn twee klassen parasitaire planten te vinden in het plantenrijk: de half parasitaire en volledig parasitaire planten. De half-parasieten bevatten wel chlorofyl waarmee ze zelf in hun energie kunnen voorzien door middel van fotosynthese. In tegenstelling tot de volledig parasieten die geen chlorofyl/bladgroenkorrels bevatten, dit maakt ze volledig afhankelijk van hun gastheer.  Op landgoed Larenstein kun je beide klassen aantreffen. Te beginnen met de half-parasieten.


Wie kent hem niet, de grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius). De halve schooltuin staat er vol mee. En gelukkig maar want de grote ratelaar parasiteert hoofdzakelijk op grassen en creëert daarmee ruimte voor andere kruiden. Vooral als de grote ratelaar is uitgebloeid doet hij zijn naam eer aan door de ratelende zaden in de kelken. De grote ratelaar "gebruikt" grassen en vlinderbloemigen als gastheer/waardplant. Met de penwortel wordt contact gemaakt met de wortels van deze waardplanten en op die manier worden bepaalde mineralen en stikstof afgetapt van de waardplant. Een oud gezegde luidt dan ook dat waar de ratelaar zich vertoont het gras kort blijft.


Een andere half-parasiet die je op het landgoed kunt vinden is hengel (Melampyrum pratense). Deze plant vind je in drogere bossen en schaduwrijke bermen. Hengel parasiteert met name op wortels van berk en eik. De voortplanting van deze plant is erg bijzonder. De vrucht die na bevruchting ontwikkelt heeft vier tamelijk zware zaden met een oliehoudend weefsel aan de buitenkant, een zogenaamd mierenbroodje. Mieren zorgen voor de verspreiding van deze vruchten en je ziet dan ook soms aan de voet van een mierenhoop een groot aantal kiemplanten van hengel in het voorjaar. Ook is hengel een belangrijke waardplant voor de bosparelmoervlinder (Melitaea athalia).



De laatste half-parasiet die je op het landgoed kunt aantreffen is de maretak (Viscum album). Iedereen kent het gebruik van de maretak dat wanneer je eronder staat iemand straffeloos mag kussen. Nu zal dit op het landgoed moeilijk gaan tenzij je bukt of gaat liggen. De maretak heeft zich namelijk gevestigd in de laagstam appelbomen nabij de ringen-tuin. Ook deze half-parasiet plant zich op een bijzondere wijze voort. De witte, besachtige vrucht wordt door vogels verspreid. Deze worden vaak genuttigd in de oksel van een tak, het zaad blijft liggen en ontkiemt. De wortel groeit in de boom. Zaden worden niet verteerd en hebben een kleverige laag, vandaar ook de naam 'vogellijm'.



Als volledig parasitaire plant word er af en toe groot warkruid (Cuscuta europaea) op het landgoed aangetroffen. Deze plant parasiteert voornamelijk op brandnetels. Maar nu, een primeur voor het landgoed! Een week geleden is de bitterkruidbremraap (Orobanche picridis) ontdekt. Deze plant die geheel bladgroen loos is komt praktisch alleen voor in de kust/duingebieden van Nederland. Op het landgoed is de plant een handje geholpen door het verspreiden van zaad. Hier heeft hij zijn gastheer, zoals zijn naam doet vermoeden, echt bitterkruid (Picris hieracioides) gevonden. Een fantastische ontdekking en een aanwinst voor het landgoed!

Tekst en foto’s: Gijs Bouwmeester


donderdag 5 juni 2014

Een huis voor de bosuil

Naast de doorgaande nestkasten die door verschillende leraren zijn geadopteerd is er bij het aftreden van oud opleidingsdirecteur Hans van Rooijen een speciale nestkast geschonken door LaarX. Deze nestkast was ooit een oude brievenbus. Nu is hij omgebouwd tot een nestkast voor de bosuil. Op onderstaande foto kun je goed zien dat er een apart compartiment achter het vlieggat zit. Dit zorgt er voor dat het in het andere (nest)compartiment goed donker blijft. Hier houd de bosuil van aangezien het nachtactieve vogels zijn. 
Het ophangen van de nestkast bleek een heel karwij te zijn. Het is natuurlijk een behoorlijk lomp en zwaar ding die de boom in moet. Met enige hand en spandiensten en hulp van medestudenten Bauke ten Cate en Jeroen Nagtegaal heeft de kast een mooie plek gekregen. 
Zoals eerder genoemd is de kast speciaal bedoelt voor de bosuil. De bosuil houd van parkachtige bossen met oude bomen. Hun dieet bestaat met name uit muizen en kleine zangvogels. Het landgoed is dus een ideale plek voor een bosuil om te vertoeven. En dat blijkt, afgelopen jaren zijn er meerdere malen bosuilen gehoord en gezien op het landgoed. De onmiskenbare spookachtige roep van de bosuil heeft iedereen wel eens gehoord. Ook het krijsende geluid van het vrouwtje is onmiskenbaar. 
In theorie is het een kwestie van tijd wanneer de bosuil de kast ontdekt en deze zal gaan gebruiken om in te broeden. Het zal echter dit jaar niet meer gebeuren, de bosuil is in Nederland één van de eerste vogels die zijn eieren legt. Vrijwel alle jongen zijn al een aantal weken geleden uitgevlogen. Wel bied de nestkast kans voor andere soorten vogels. Zo bestaat de kans dat een kauw, holenduif of zelfs boomklever of koolmees er zijn plekje vind. We zullen de kast nauwlettend in de gaten houden! 

Tekst en foto's: Gijs Bouwmeester

dinsdag 13 mei 2014

De eerste jongen zijn geringd op het landgoed!


Op dinsdag 6 mei 2014 zijn de eerste jongen in de nestkasten geringd. De nestkasten zijn door verschillende docenten gekocht en in de schooltuin opgehangen door studievereniging LaarX. Sinds vorig jaar hangen de kastjes verspreid door de tuin van Van Hall Larenstein en dit jaar zijn voor het eerst daadwerkelijk jonge vogels geringd. Er zijn in totaal 18 kastjes gecontroleerd en 10 van de 18 waren bezet met jongen/eitjes. De meeste nestjes bestonden uit pimpelmezen maar ook twee met een koolmezen familie. Helaas waren er ook nog een aantal kastje leeg maar er is nog een kans dat een bonte vliegenvanger zijn intrek neemt.
                                            Pimpelmeesjongen van ongeveer zeven dagen oud

Als de jongen worden geringd wordt de vleugelmaat en het gewicht gemeten om zo de ontwikkeling van de jongen te volgen. De meeste jongen zaten nu op een gewicht van zo’n 9-12 gram maar er waren ook een aantal uitschieters. Bij de familie Leistra en Hoenjet waren de jongen al aardig groot en er was één jong dat zelfs zwaarder was dan zijn moeder. Dit weten we omdat we de moeder ook hebben kunnen ringen en wegen. Op deze manier was mooi te zien dat het jong 19.5 gram woog en moeders 18.6 gram. Dat de jongen zwaarder worden dan de ouders is ook niet zo vreemd eigenlijk want ze worden helemaal volgestopt met voedsel en bewegen natuurlijk amper. Na ongeveer 18 dagen zullen de jongen uitvliegen maar zullen nog 2-3 weken van hun ouders afhankelijk blijven omdat ze zelf nog niet goed genoeg voedsel kunnen vinden. De vleugels en poten zijn nog niet sterk genoeg om geheel op eigen kracht te kunnen foerageren. Je zult in de schooltuin dan ook nog veel jonge vogels tegen kunnen komen die in de struiken gevoerd worden door de ouders. De jongen zij dan ook nog erg kwetsbaar voor predatoren. Maar zover is het nog niet en tot die tijd zal geprobeerd worden om de resterende jongen nog te ringen. Er waren namelijk ook nestjes waarbij de jongen de oogjes nog dicht hadden en dus nog te klein waren om te ringen.
 
                                 Pimpelmeesjongen die al een stuk ouder zijn. +/- 11 dagen oud    
                                                      Huize Hoenjet met vrouwtje Koolmees.

Hieronder is een overzicht weergegeven met de verschillende families en de bezetting. (klik op de afbeelding om te vergroten)
Tekst en foto's: Michiel Elderenbosch

donderdag 10 april 2014

Zichzelf aankledende insecten?

Kokerjuffers of schietmotten (orde Trichoptera) zijn vlinderachtige insecten. Volwassen kokerjuffers zijn te onderscheiden van dag- en nachtvlinders doordat de vleugels niet met schubben maar met haren bezet zijn. Om dit goed te kunnen zien is een binoculair  wel handig. De vrouwtjes leggen hun eitjes in, op of vlabij het water. Als de eitjes uitkomen blijven de larven in het water. Daar maken ze van die typische kokertjes wat ze zo bijzonder maakt. 
Deze kokertjes maken ze van allerlei materiaal: stukjes blad, takjes, zand en andere kleine rommeltjes die in het water te vinden zijn. Veel larven zijn aan de vorm en materiaal van hun gebouwde huisje te herkennen. Ze verpoppen in hun koker om vervolgens weer als schietmot verder te leven. Er komen ruim 180 soorten kokerjuffers voor in ons land. Ze hebben echter niet allemaal zo’n mooi huisje. Verder zijn kokerjuffers goede indicatoren voor de waterkwaliteit waarin zij zich bevinden. Een soortgroep om niet te vergeten bij onderzoek naar waterkwaliteit!
Op het landgoed komen drie soorten kokerjuffers voor. Het is echter erg moeilijk deze fascinerende beestjes te determineren. Weet jij welke soorten dit zijn? Zoek ze eens op in het poeltje op het braakliggende stuk grond achter school. 
Tekst en foto's: Gijs Bouwmeester
Bron: www.repository.naturalis.nl

donderdag 3 april 2014

Energiezorg: het groen denken in ‘huis’ halen

Het voorjaar is weer begonnen en langzaam wordt het landgoed weer groener. In deze blog gaan we in op een iets andere manier van groen. De prachtige natuur die we vinden op het landgoed is natuurlijk geweldig, maar zal het niet ook prachtig zijn als het gebouw van VHL ook ‘vergroent’? De eerste stappen worden al gezet voor vergroening en verduurzaming binnen VHL.

Eén van de eerste stappen is het opzetten van energiezorg binnen VHL Velp, maar wat houdt dat nu in? Stagiair Erik Heemsbergen (student milieukunde VHL Leeuwarden) verwoordt het als volgt: “Energiezorg is een verantwoordelijke manier van omgaan met je omgeving, met het oog op continue verbetering van je energie huishouding.”


Erik is vanuit zijn stage bezig met de ontwikkeling van energiezorg bij ons op landgoed Larenstein. Hierbij is het belangrijk dat er eerst een ‘energie consumptie analyse’ gedaan wordt. Hoeveel energie wordt er gebruikt in verschillende ruimtes? Probeer daar maar eens achter te komen, als je alleen weet hoeveel het totale jaarlijks gebruik is voor het hele gebouw.

Om hier achter te komen deelt Erik, aan de hand van gemiddeld dagelijks gebruik, het gebouw op in 4 categorieën: Onderwijsruimten (lokalen, collegezalen, ect.), personeelsruimten (kantoren, ect.), algemene ruimten (gangen, aula, wc’s, ect.) en overige ruimten (mediatheek, repro, catering, ect.). Tezamen met het aantal energie gebruikende apparaten per ruimte kan er vervolgens een schatting van het energieverbruik worden gemaakt.


Waarom wil VHL dit weten? Aan de hand van de energie consumptie analyse kunnen de gedragsmatige en technische aspecten in kaart gebracht worden. Van waaruit beleid, betrokkenheid en technische veranderingen kunnen worden toegepast. Daarom gaat energiezorg ook verder dan alleen energie; het gaat over keten efficiency. Hierbij wordt gekeken naar energiestromen, maar bijvoorbeeld ook afvalstromen.

Energiezorg is een proces van continue verbetering. Langzaam wordt VHL van binnen ook groener. Zijn de plastic inzamelpunten je al opgevallen?
  

Geschreven door Erik Versluijs & Erik Heemsbergen