zondag 14 februari 2016

Citizen Science III

Citizen Science III
 
Op 16 januari is het eerste deel van dit drieluik over Citizen Science op de Blog geplaatst en op 5 februari is het tweede deel verschenen. Om de eerste twee delen van dit blog te lezen hoef je dus alleen maar een stukje naar beneden te scrollen.
 
Dit blog gaat verder waar het vorige blog ophield: met een greep uit de leukste waarnemingen (met foto) die zijn gedaan op ons landgoed en zijn ingevoerd op waarneming.nl. In de vorige delen zijn de reptielen, amfibieën, planten ongewervelden en vissen behandeld, in dit laatste deel zullen de vogels en zoogdieren dus aan bod komen. 
 
Vogels
 
Havik door Roy Verhoef
De havik is één van de indrukwekkendste roofvogels van de Nederlandse bossen. Hij is groot, sierlijk en ontzettend wendbaar. Een havik vangt zijn prooi vaak in volle vlucht. Vanuit hinderlagen valt hij vaak voorbijvliegende duiven aan. Tot groot ongenoegen van duivenmelkers, die meer dan eens een postduif verliezen aan de havik. De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes en hebben een bruin verenkleed, in tegenstelling tot de mannetjes, die een grijsblauw verenkleed hebben. De vogel op de foto is dan ook een vrouwtje.
 
Sperwer door Tamar Braaksma
De sperwer is het kleine neefje van de havik. Deze is een stuk algemener op het landgoed en kan geregeld gezien worden tussen de bomen tijdens een wandeling door het beukenbos. Ook de sperwer is een jager die zijn prooien vaak in de vlucht verrast maar omdat de vogel wat kleiner is dan de havik zijn de prooien dat vaak ook. Toch kan een vrouwtje sperwer (die ook bij deze soort groter zijn dan de mannetjes) een turkse tortel nog wel grijpen. Deze prachtige foto van een mannetje sperwer (vrouwtjes hebben een bruin verenkleed) is gemaakt door Tamar Braaksma.
 
Slechtvalk door Maarten Sluiter
De slechtvalk is een echte recordhouder. Het is het snelste dier ter wereld. In duikvlucht kan deze roofvogel snelheden tot 389 kilometer per uur bereiken. Ook dit is een jager die zijn prooien in de lucht vangt maar in tegenstelling tot de havik en de sperwer valt de slechtvalk niet vaak uit een hinderlaag aan. Zijn geweldige snelheid is vaak al genoeg om een prooi te overrompelen. Een paartje slechtvalken broed regelmatig op de hoogbouw van Presikhaaf en deze dieren kunnen soms in de lucht boven het landgoed gezien worden.
 
IJsvogel door Joey Braat
De ijsvogel is misschien wel de bekendste bewoner van het landgoed. Bijna iedereen heeft dit prachtige vogeltje tijdens een wandeling wel eens op zien vliegen langs één van de waterpartijen van Larenstein. Vorig jaar heeft er een broedpoging plaatsgevonden in één van de broedwanden die studenten hebben aangelegd op het landgoed. Deze poging heeft niet tot broedsucces geleid maar we hopen natuurlijk dat het dit jaar wel gaat lukken! De gefotografeerde vogel is overigens gevangen tijdens het ringen op het landgoed.
 
Groene specht door Robin Kraaij (oud-voorzitter LaarX)
De groene specht bezoekt het landgoed ook regelmatig. Hij verraadt zijn aanwezigheid vaak met zijn karakteristieke, lach-achtige roep. Deze prachtige vogel is ook vaak te bewonderen in het gras, waar hij jaagt op mieren. De mannetjes en de vrouwtjes lijken sterk op elkaar maar er is één subtiel verschil. De wangvlek is bij de vrouwtjes egaal zwart terwijl er bij de mannetjes nog een kleinere rode vlek in de zwarte wangvlek te zien is. De gefotografeerde vogel is dan ook een vrouwtje.
 
Grote gele kwikstaart door Jurgen Rotteveel (oud-commissaris landgoed LaarX)
De grote gele kwikstaart is ook één van de ambassadeurs van de bijzondere natuurwaarden van het landgoed. De grote gele kwikstaart is een beekvogel in hart en nieren en de regelmatige aanwezigheid van de soort op het landgoed is dan ook een teken aan de wand dat de waterpartijen van een bijzondere kwaliteit zijn. Vooral na het broedseizoen kan de soort regelmatig op het landgoed worden bewonderd.
 
Raaf door Roy Verhoef
De raaf is de grootste kraaiachtige van Europa en sinds enkele jaren doet de soort het weer erg goed in ons land. Dit heeft wellicht te maken met het feit dat er steeds minder rigide wordt omgegaan met kadavers van dode dieren in de natuur. De raaf als aaseter profiteert sterk van een groot aanbod aan aas. De Veluwezoom herbergt een grote populatie en dieren die vanuit hier de Rijn- en IJsseldalen verkennen kunnen soms in vlucht boven het landgoed gezien worden. Ondanks dat de raaf een maat groter is dan de zwarte kraai is het dier in vlucht het makkelijkste te herkennen aan de wigvormige staart (goed te zien op de foto), deze is stomp bij de zwarte kraai. Als het dier roept wordt iedere twijfel weggenomen want het geluid van een raaf is onmiskenbaar!
 
Pestvogel door Dick van Dorp
De pestvogel is een bijzondere wintergast die tijdens zogeheten invasiejaren in veel grotere aantallen aanwezig is in Nederland dan in andere jaren. Ze broeden in het hoge noorden van Europa en in de winter migreren ze naar het zuiden om zich hier te laven aan allerlei bessen, vooral gelderse roos en meidoorn zijn populair. De foto is genomen op het landgoed met moeilijk licht en doet geen recht aan hoe prachtig deze vogel is. Google de vogel vooral even om de schoonheid van het verenkleed goed op waarde te kunnen schatten!
 
Tapuit door Joey Braat
De tapuit is niet echt een vogel van het landgoed omdat het een soort is die hier alleen per toeval neer zal strijken tijdens de trek. Het is een soort die broed in de duinen en in stuifzanden en de soort gaat sinds enkele decennia heel hard achteruit in Nederland. Vooral het instorten van de konijnenstand door VHS lijkt de tapuit hard getroffen te hebben. Konijnen creëren met hun graven en grazen namelijk het landschap waarin de tapuit voedsel en broedgelegenheid vindt. Dat de soort tijdens de migratie ons landgoed aandoet is dus met recht bijzonder te noemen.
 
Vuurgoudhaan door Jurgen Rotteveel
Ook het vuurgoudhaantje is een recordhouder. Samen met het goudhaantje is de vuurgoudhaan het kleinste vogeltje van Europa. De soort kan af en toe ontdekt worden op het landgoed maar daar moet je wel oog voor detail hebben. Het enige verschil tussen de vuurgoudhaan en de algemenere goudhaan is namelijk de wenkbrauwstreep. Deze is op de foto goed te zien. De foto is genomen tijdens een ringsessie op het landgoed. Om een foto te maken van een vuurgoudhaan die niet vastgehouden wordt moet je over een goede camera en snelle reflexen beschikken want beide goudhaansoorten zitten zelden ook maar een moment stil!
 
Goudvink door Tamar Braaksma
De goudvink is één van de mooiste vogels van het landgoed. Op de foto zijn zowel het mannetje als het vrouwtje te bewonderen en de felrode borst van het mannetje valt duidelijk op. Ondanks de felle kleuren van het mannetje is de vogel verrassend makkelijk over het hoofd te zien. Om hem te ontdekken helpt het enorm om zijn geluid te kennen, een flauw fluitje. 
 
Appelvink door Roel de Greeff
De appelvink is de grootste vink van Nederland. Vooral de zware, ivoorwitte snavel valt op. Met deze forse snavel kan de appelvink 50 kilo aan drukkracht genereren! Meer dan genoeg om zelfs de hardste zaden kraken. Ook de appelvink is regelmatig te bewonderen op het landgoed.
 
Kleine barmsijs door Piet Admiraal
De kleine barmsijs is een zangvogeltje dat in geringe aantallen in Nederland broedt, maar in de winter veel algemener is dan in het broedseizoen omdat er dan vele overwinteraars uit het noorden van Europa in ons land te vinden zijn. Soms zie je de soort in homogene groepen maar vaker zie je ze in gemengde groepen met bijvoorbeeld sijzen, putters, en zijn neef de grote barmsijs. Als je een groep sijzen in de elzen van het landgoed ziet foerageren kan het dus de moeite lonen om de groep even uit te pluizen om te kijken of er een barmsijs tussen zit. Hij is moeilijk te onderscheiden van de grote barmsijs maar in de regel is de kleine barmsijs iets donkerder gekleurd en zijn de vleugelstrepen minder contrastrijk. De gefotografeerde vogel is ook weer gevangen tijdens het ringen op het landgoed.
 
Zoogdieren
 
Egel door Erika Loonen
De egel is een koddig zoogdiertje dat je helaas vaker dood langs de weg ziet dan dat je hem in levende lijve tegenkomt. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat egels nachtdieren zijn zoals op de foto te zien is. Een egel is niet erg snel en hoeft dat ook niet te zijn. Bij gevaar rolt de egel zich op tot een bal van scherpe stekels waar maar weinig roofdieren raad mee weten. Als het gevaar weer geweken is rolt de egel zich weer uit en scharrelt hij rustig verder.
 
Boommarter door Jurrien van Deijk
De boommarter is één van de zeldzamere zoogdieren van Nederland en dat de soort op het landgoed waargenomen is, is weer een getuige van de bijzondere natuurwaarde van Larenstein. Boommarters hebben een voorkeur voor oudere loofbossen waarin voldoende bomen met holtes te vinden zijn om te jagen en om jongen in groot te brengen. Naast een voorkeur voor een leven hoog in de bomen is soort is te onderscheiden van de steenmarter door de crèmekleurige bef die ophoudt op de borst (deze bef is wit bij de steenmarter en loopt vaak door tot langs de poten).
 
Bunzing door Dick van Dorp
De bunzing is een kleine marterachtige die af en toe op het landgoed gezien wordt. Dick van Dorp had ooit het geluk om de soort op klaarlichte dag te fotograferen. Op beelden van cameravallen die op het landgoed geplaatst waren is het dier ook wel eens vastgelegd. Vorig schooljaar is er helaas een bunzing in een muskusrattenklem terecht gekomen. Het dier was niet dood en wist na zijn bevrijding nog weg te rennen. Het is te hopen dat hij geen ernstige verwondingen heeft overgehouden aan dit ongelukkige incident.
 
Vos door Floris Moolenbeek (oud commissaris studievereniging LaarX)
De vos is ook vastgesteld op het landgoed! De getoonde foto is gemaakt in 2012 maar dit schooljaar is er ook een vos opgedoken op beelden van een cameraval. Er bevindt zich waarschijnlijk zelfs een zomerburcht op het landgoed. Deze is ontdekt door de tuinmannen van VHL en op hun aanwijzingen is de vos onlangs dus weer vastgelegd op een cameraval.
 
Tot zo ver het drieluik over Citizen Science. De volgende blog zal zeer binnenkort al weer verschijnen. Hierin wordt het nieuwe bestuur van LaarX aan je voorgesteld. Hou deze pagina dus in de gaten!
 

vrijdag 5 februari 2016

Citizen Science II
 
Op 16 januari is het eerste deel van dit drieluik over Citizen Science op de Blog geplaatst. Om het eerste deel van dit blog te lezen hoef je dus alleen maar een stukje naar beneden te scrollen. 
 
Dit blog gaat verder waar het vorige blog ophield: met een greep uit de leukste waarnemingen (met foto) die zijn gedaan op ons landgoed en zijn ingevoerd op waarneming.nl. Vorige keer zijn de reptielen, amfibieën en planten behandeld, dit keer  zullen de ongewervelden en vissen aan bod komen. In het volgende blog zijn vogels en zoogdieren aan de beurt.
 
Ongewervelden
 
Onder ongewervelden worden alle dieren zonder wervelkolom verstaan maar omdat de meeste mensen niet warm worden van platwormen en naaktslakken is de selectie beperkt tot insecten, spinnen en andere geleedpotigen.
 
Imago koninginnenpage door Robin Kraaij (oud-voorzitter LaarX)
 
Rups koninginnenpage door Pieter Baalbergen
De koninginnenpage is qua uiterlijk één van de spectaculairste vlinders van Nederland. Zowel de volwassen vlinder (imago) als de rups worden af en toe aangetroffen op het landgoed. De waardplanten (voedselplant van de rups) zijn verschillende schermbloemigen. Vooral peen wordt door de rupsen van de koninginnenpage erg gewaardeerd!
 
Eitje sleedoornpage door Rick Karsenbarg
De sleedoornpage is in Nederland een vrij zeldzame vlinder. Zoals de naam al doet vermoeden is de soort gebonden aan het voorkomen van sleedoorn. De makkelijkste manier om het voorkomen van de soort vast te stellen is om in de winter te zoeken naar de eitjes. Die zijn te vinden in de oksels van sleedoorntakken op de grens van jong en oud hout. Op deze manier is ook het voorkomen van de soort op Larenstein vastgesteld!
 
Oranjetipje door Jurgen Rotteveel (oud commissaris landgoed LaarX)
Een veel algemenere maar ook erg mooie soort is het oranjetipje. Op een wandeling over de graslanden van school in het late voorjaar kun je deze vlinder zomaar tegenkomen. Let vooral op in de buurt van pinksterbloemen. Dit is een veelgebruikte waardplant van het oranjetipje.
 
Geisha door Erika Loonen
De geisha is een kleine nachtvlinder. Hoe de soort aan zijn naam komt is niet moeilijk te raden. De vleugels van de soort hebben veel weg van een fraai gekleurde zijden kimono.
 
Witte tijger door Maarten Sluiter
De witte tijger is een andere indrukwekkende soort. Deze nachtvlinder heeft iets ‘royaals’ doordat de wit met zwart gespikkelde vleugels doen denken aan een koningsmantel van hermelijnbont.
 
Gevlekte witsnuitlibel door Daan van Doesem
De gevlekte witsnuitlibel is vrij zeldzaam in Nederland. In 2012 en 2013 is deze mooie libel enkele keren gezien rondom de sloot die langs de T&L-tuin loopt. Hopelijk wordt de soort weer eens herontdekt op het landgoed!
 
Vuurlibel door Thijs Damen (oud commissaris landgoed LaarX)
De vuurlibel is een erg mooie libel die ooit zeldzaam was in Nederland maar steeds algemener wordt. De soort wordt jaarlijks waargenomen op het landgoed. Vooral rond de vijver in de hoek van het landgoed op het helicon-terrein heb je een goede kans om deze libel te vinden in de zomer.
 
Weidebeekjuffer door Jurgen Rotteveel
De weidebeekjuffer is geen libel maar een waterjuffer (waterjuffers hebben een smal achterlijf maar het doorslaggevende verschil is dat waterjuffers in rust hun vleugels tegen elkaar aan vouwen terwijl de vleugels van een libel altijd recht van het lichaam af staan). Deze juffer is met zijn glanzende metaalachtige lijf en zwartgevlekte vleugels één van de mooiste insecten van Nederland. Door de zwarte band over de vleugels kun je bij de weidebeekjuffer de beweging van de vleugels bij het vliegen veel beter zien dan bij andere juffers waardoor de soort een vlinderachtige vlucht lijkt te hebben. Door de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland is de soort bezig met een comeback. Sinds enige jaren is soort ook regelmatig op het landgoed te bewonderen. Vooral de slootjes in de hooilandjes zijn goede plekken om ze te zoeken in de zomer.
 
Meikever door Benjamin Brandt
De meikever is één van de meest herkenbare keversoorten van Nederland. Het is een vrij grote kever. Het is daardoor een indrukwekkend insect, vooral als het mannetje zijn fraaie oranje antennes uitwaaiert. Op Larenstein wordt de soort af en toe waargenomen.
 
Wespspin door Mark Meijrink
De vrouwelijke wespspin is een indrukwekkende en fraai gekleurde spin. Zoals bij vrijwel alle spinnensoorten zijn de mannetjes onopvallend en veel kleiner dan de vrouwtjes. De soort komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zee-gebied maar breidt zich de laatste jaren, waarschijnlijk onder invloed van de opwarming van de aarde, steeds verder uit naar het noorden. Op Larenstein is de soort onder andere te vinden in het blauwgraslandje in de BNB-heemtuin. 
 
Bastaardschorpioen (niet nader gedetermineerd) door Thijs Damen
Bastaardschorpioenen zijn zeer kleine geleedpotigen die vaak leven in de strooisellaag op de bodem. De soort dankt zijn naam aan de scharen waarmee prooien gevangen worden. Bastaardschorpioenen onderscheiden zich van schorpioenen door het ontbreken van een gifstekel. Ze zijn echter wel degelijk giftig, het gif wordt toegediend met de scharen. Bastaardschorpioenen zijn echter minuscuul klein en totaal ongevaarlijk voor mensen. De prooien bestaan uit andere minuscule ongewervelden zoals springstaartjes en mijten. 
 
Trogulus tricarinatus door Thijs Damen
Trogulus tricarinatus is één van de zeldzamere hooiwagens van Nederland. Deze soort komt voor in de tuin van Larenstein en jaagt vooral op boerenknoopjes (kleine slakjes).  Hooiwagens lijken oppervlakkig op spinnen maar hebben geen duidelijk kopborststuk en achterlijf, kunnen geen spinrag spinnen en hebben geen gifklieren. Het verhaal dat ‘de hooiwagen’ zeer giftig is maar dat de gifkaken te klein zijn om door de menselijke huid heen te bijten is dus een fabeltje.
 
Springstaart (Dicyrtoma fusca) door Thijs Damen
Springstaartjes zijn minuscule geleedpotigen. Een springstaart heeft een onder het lichaam gevouwen staart die bij gevaar met kracht uitklapt en het diertje lanceert. Ze kunnen in hoge aantallen voorkomen in de strooisellaag op de bodem en worden dan ook vaak aangetroffen als ergens het bodemleven wordt bemonsterd.
 
Vissen
 
Vissen zijn minder makkelijk te inventariseren dan andere soorten omdat je toch al gauw met een hengel of een schepnet aan de slag moet om er achter te komen wat er allemaal voorkomt onder water.
 
Tiendoornig stekelbaarsje door Christiaan Hoogendoorn
Dit tiendoornige stekelbaarsje is dan ook gevonden bij zo’n inventarisatie met schepnet. Een volwassen exemplaar wordt 5 tot 6 centimeter lang en daarmee is het het kleinste inheemse visje van Nederland.
 
Driedoornig stekelbaarsje door Bouke ten Cate (huidige commissaris landgoed en schrijver van dit blog :p)
In de paaitijd wordt het mannetje van de driedoornige stekelbaars, in tegenstelling tot het mannetje van de tiendoornige stekelbaars (deze wordt zwart), blauw-oranje. Het paaigedrag van deze visjes kun je waarnemen vanaf het bruggetje over de spreng bij de uitgang van de E-vleugel. Ondanks dat stekelbaarzen oppervlakkig veel weg hebben van baars, zijn ze van alle andere vissen het nauwst verwant aan de zeepaardjes en zeenaalden. 
 
Snoek door Maarten Sluiter
De snoek is een soort die op het landgoed ook zonder schepnet of hengel te bewonderen was. Soms zijn ze namelijk zonnend vlak onder het wateroppervlak waar te nemen. Deze snoek leefde in de poel bij de uitgang van de E-vleugel en was daar waarschijnlijk uitgezet. Het heeft deze vis geen voorspoedig leven gebracht want vorig jaar werd hij dood gevonden langs de oever van de poel. 
 
Tot zo ver de ongewervelden en de vissen! Het volgende blog zal het drieluik afronden met de vogels en de zoogdieren! Met hartelijke dank aan Thijs Damen en Pieter Baalbergen voor hun hulp bij het selecteren van de ongewervelden!
 

zaterdag 16 januari 2016

Citizen Science
 
Dit blog zal gaan over het verschijnsel ‘citizen science’, in het Nederlands ook wel burgerwetenschap genoemd, hoewel deze term maar weinig gebruikt wordt. Citizen science is een beetje een mode-term, je hoort het ineens steeds vaker zonder dat je echt een heel helder omlijnd idee hebt van wat het inhoudt. Een kort bezoek aan Google Trends leert dat de term pas in 2006 voor het eerst in de zoekmachine werd ingevoerd en sindsdien gestaag populairder wordt. Maar wat is citizen science nu precies? Wikipedia geeft de definitie als volgt:
 
“Wetenschappelijke projecten waarbij individuele vrijwilligers of netwerken van vrijwilligers, waarvan de leden niet noodzakelijkerwijs een wetenschappelijke opleiding hebben gehad, onderzoeksgerelateerde taken zoals observaties, metingen of berekeningen uitvoeren of beheren.”
 
In principe bestaat citizen science dus al veel langer dan het begrip zelf bestaat. Amateurs houden zich al sinds mensenheugenis bezig met wetenschap. Voor 1900 was wetenschap nog voornamelijk het domein van zogenaamde ‘gentleman scientists’: mensen als Isaac Newton, Benjamin Franklin, and Charles Darwin die uit persoonlijke interesse onafhankelijk onderzoek uitvoerden en dit met eigen middelen financierden. 
 
Toch is er voor dit fenomeen dus pas sinds een aantal jaar een naam. Dit heeft alles te maken met de toegankelijkheid van het bedrijven van wetenschap. Die heeft een enorme vlucht genomen door technologische ontwikkelingen, het internet voorop. Het doorgeven van observaties, metingen en andere gegevens is enorm vergemakkelijkt door het internet. Bijna alle voorbeelden die in het Wikipedia-artikel over het onderwerp genoemd worden, zoals de Nationale Tuinvogeltelling, Xeno-canto (een online database met vogelgeluiden van over de hele wereld) en Galaxy Zoo (een online project waarin deelnemers vrijwilligers sterrenstelsels helpen classificeren) zouden niet mogelijk zijn geweest zonder het internet. 
 
Het bekendste voorbeeld zijn misschien wel websites waarop je natuurwaarnemingen door kunt geven zoals telmee.nl en waarneming.nl. Op deze websites kunnen waarnemingen van planten, dieren, schimmels en andere organismen ingevoerd worden. Inmiddels voeren tienduizenden mensen uit heel Nederland enthousiast waarnemingen in op dit soort websites en de schat aan gegevens die op deze manier is ontstaan levert inmiddels een immense bijdrage aan de verspreidingsgegevens van flora en fauna in Nederland. 
 
BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de samenwerkende provincies, heeft het Natuurloket opgericht, deze organisatie beheert op zijn beurt de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Het heeft behoorlijk wat voeten in de aarde gehad maar inmiddels worden alle gegevens van websites als waarneming.nl, telmee.nl, de databases van alle grote PGO’s (Particuliere Gegevensbeherende Organisaties zoals SOVON, RAVON en de Zoogdiervereniging) en talloze andere partners ondergebracht in de NDFF. Het is een kostbaar proces geweest om deze databank op te zetten en te onderhouden en aan het gebruik zijn dus kosten verbonden. School en BIJ12 zijn echter aan het nadenken over mogelijkheden om de NDFF beschikbaar te maken voor studenten van VHL. Hopelijk komt daar een vruchtbare samenwerking uit!
 
Nu is dit een blog over het kennislandgoed van Van Hall Larenstein, en eigenlijk is het voorgaande een wat uitgebreide introductie voor het oorspronkelijke doel van dit blog, namelijk een greep uit de leukste waarnemingen (met foto) die zijn gedaan op ons landgoed en zijn ingevoerd op waarneming.nl. Voor degenen die waarneming.nl een beetje kennen is het allemaal gesneden koek, maar voor degenen die nog niet zo bekend zijn met de website is het misschien leuk om even uit te leggen hoe je dit soort informatie in kunt winnen. 
 
Als je op de homepage van waarneming.nl in de bovenste balk op ‘geografie’ klikt krijg je een dropdown-menu met de optie ‘lijst van gebieden’, als je hier op klikt krijg je een pagina met een lijst van alle gebieden die in Nederland aangemaakt zijn. Op deze pagina is echter ook een zoekveld te vinden, als je hier ‘Larenstein’ invoert en op enter drukt krijg je twee hits: ‘Leeuwarden - Van Hall Larenstein’ en ‘Velp - Larenstein’. De laatste van de twee is het landgoed van onze school. Als je er op klikt krijg je een lijst met alle waarnemingen die gedaan zijn op het landgoed en zijn ingevoerd op de website op chronologische volgorde. Hier kun je dus zien wat er de laatste tijd allemaal is waargenomen in de schooltuin. In het menu aan de rechterkant van de pagina vind je echter ook de optie ‘waargenomen soorten’. Als je hier op klikt kun je per soortgroep bekijken welke waarnemingen er allemaal op het landgoed zijn gedaan. Dit is een erg leuke manier om te kijken wat er allemaal is waargenomen op het landgoed maar je kunt deze zelfde stappen natuurlijk ook doorlopen met de gemeente waar je woont of je eigen favoriete natuurgebied als zoekterm!
 
Op deze manier is ook de volgende lijst van leuke waarnemingen op het landgoed van VHL opgesteld.
 
Reptielen en amfibieën
 
De eerste groep die behandeld wordt is die van de amfibieën en reptielen. Dat is een kort lijstje, want deze soortgroep is niet sterk vertegenwoordigd op het landgoed. De gewonere soorten zoals bruine kikker en gewone pad zijn er allemaal te vinden maar verder herbergt het landgoed weinig spectaculairs.
 
Kleine watersalamander door Christiaan Hoogendoorn
 
De gekozen foto is er één van een kleine watersalamander. Het is een mannetje in prachtkleed. Hij is opgevist uit de lange sloot die langs de T&L-tuin loopt. Hij is gefotografeerd in een cuvet dus hij is waarschijnlijk tijdens een praktijkles van het Helicon gevangen.
 
Planten
 
De volgende soortgroep is die van de planten. Dit is een moeilijke groep om hier te behandelen. Er komt natuurlijk ontzettend veel moois en bijzonders voor op het landgoed maar omdat er zo veel gesleept is met planten, zaden en zelfs complete grondsoorten en bodemtypes naar het landgoed zijn het bijna allemaal geïntroduceerde soorten. Toch zijn er drie leuke soorten uitgekozen om hier te laten zien.
 
Bevertjes door Kasper van den Broek

Bevertjes is een grassoort die bewijst dat grassen niet saai hoeven zijn. Het is een grassoort met prachtige bloeiaren, zeker als je ze van zeer dichtbij bekijkt. In het wild is de plant te vinden in bijvoorbeeld kalkgraslanden, blauwgraslanden en stroomdalgraslanden maar met uitzondering van enkele plaatsen in Zuid-Limburg is hij overal vrij zeldzaam. Op school is hij te vinden op het bultje 'stroomdalgrasland' in de heemtuin van bos- en natuurbeheer.
 
Spaanse ruiter door Jan Willem Herman Vos
 
De spaanse ruiter is een distelsoort die in Nederland ooit vrij algemeen was maar door veranderend landgebruik en intensivering van de landbouw op veel plaatsen verdwenen is. De soort is zeer karakteristiek voor goed ontwikkelde blauwgraslanden en de hoop was dan ook dat hij op zou komen in het blauwgraslandje in de heemtuin. Dat gebeurde en gebeurde maar niet, tot vorig jaar. Ineens verschenen er, tot grote vreugde van de beide André's, een aantal bloeiende spaanse ruiters in het graslandje. Er is nog een lange weg te gaan tot er gesproken kan worden van goed ontwikkeld blauwgrasland, als dat überhaupt mogelijk is op die plek, maar de vestiging van de spaanse ruiter is een flinke stap in de goede richting!
 
Bitterkruidbremraap door Elly en Geert Kor
 
Een andere verrassing was het verschijnen van de bitterkruidbremraap. In Nederland is deze parasitaire plant '(zuivere parasieten zijn te herkennen aan het ontbreken van bladgroen) vooral gebonden aan de kustduinen waar hij parasiteert op, je raadt het al, bitterkruid. Nu staat er meer dan genoeg bitterkruid op het landgoed van VHL. In 2014 schoten er tot ieders verbazing ineens een paar exemplaren uit de grond in de buurt van de jeneverbessen bij de hoofdingang! De enige die wat minder verbaasd was, was André Hertog. Hij bleek de vestiging van de soort een beetje geholpen te hebben door wat zaad uit te strooien :D. Desalniettemin is de soort een ontzettend leuke aanvulling op de flora van het landgoed. Vorig jaar is hij niet meer verschenen dus het wordt even afwachten of de vestiging stand gaat houden.
 
Om te voorkomen dat dit blog onleesbaar lang wordt zullen de vogels, zoogdieren en ongewervelden in het volgende blog behandeld worden. Stay tuned!
 
 
 

vrijdag 25 december 2015


Duurzaamheid

Het zal de meesten van jullie niet ontgaan zijn dat onze school hard aan de weg aan het timmeren is op het gebied van duurzaamheid. VHL heeft de ambitie om de groenste hogeschool van Nederland te worden en om die ambitie te realiseren zijn er een aantal projecten in gang gezet. Sinds de grote verbouwingen van afgelopen zomer hebben er een aantal in het oog springende veranderingen plaatsgevonden. Naast de ietwat kazige slogans van de ‘green steps forward’ (less pollution is the best solution!) zijn er ook wat concretere maatregelen genomen zoals het gescheiden inzamelen van afval en de plaatsing van een groot aantal zonnepanelen op het dak van de school. 

Zonnepanelen op het dak van school
Dit laatste project is onlangs afgerond en sindsdien staan er in totaal 368 zonnepanelen op het dak die ieder 260 Wattpiek aan vermogen genereren (Wattpiek is de maximale hoeveelheid vermogen die zonnepanelen afgeven wanneer de zon vol op de panelen schijnt). Dit betekend dat alle panelen samen 95.680 Wattpiek aan vermogen genereren. Aangezien een systeem van 4000 Wattpiek ongeveer evenveel stroom levert als het jaarverbruik van een gemiddeld huishouden kun je je voorstellen dat deze panelen een behoorlijke bijdrage gaan leveren aan de energiebehoefte van onze school. De bedoeling is dat er op termijn ook een display komt in de aula waarop precies te zien is hoeveel energie onze panelen leveren. Dat maakt de duurzaamheidsinspanningen van onze school ook weer wat zichtbaarder voor de studenten en het personeel!

Een ander ambitieus plan waar velen van jullie waarschijnlijk erg enthousiast over zullen zijn is dat VHL ook wil gaan lobbyen om het schoolgebouw aanzienlijk beter bereikbaar te maken met het openbaar vervoer. Op het moment is het zo dat je of een kwartier moet lopen vanaf station Velp, of 10 minuten vanaf bushalte Nordlaan. Erg comfortabel is dit natuurlijk niet maar ook vanuit duurzaamheidsoverwegingen is dit allesbehalve wenselijk. Als je mensen uit de auto wilt krijgen en in de trein of de bus dan is de drempel op deze manier natuurlijk wel heel hoog. Het plan staat echt nog in de kinderschoenen en het is maar zeer de vraag of wij het in onze tijd als studenten aan VHL nog mee gaan maken, maar met de plannen waar nu over gesproken wordt (een bushalte recht voor de ingang en een nieuw station Presikhaaf tussen de Intratuin en de A12 met een voetgangerspassage onder de snelweg naar het landgoed) zou het openbaar vervoer een zeer aantrekkelijk alternatief worden voor de auto!

Gelukkig houdt niet alleen VHL zich bezig met duurzaamheid. Ook in de wereldpolitiek begint het besef door te dringen dat de eindigheid van de manier waarop we nu bezig zijn met energie, de natuur en het milieu vraagt om een nieuwe koers. Van 30 november tot en met 12 december vond dan ook de Klimaatconferentie van Parijs plaats. Hier bogen de wereldleiders zich over de uitdagingen die een veranderend klimaat en slinkende voorraden fossiele brandstoffen voor ons allemaal betekenen. Onze eigen Commissaris Duurzaamheid, Lotte Ballering, heeft voor de gelegenheid een gastblog geschreven over de klimaattop.

Zal de klimaattop de wereld redden?

De afgelopen twee weken is in Parijs de klimaattop van 2015 gehouden, volgens sommigen de belangrijkste top tot nu toe. Het belang wordt duidelijk wanneer we kijken naar de trend die we zonder veranderingen tegemoet zouden treden. Binnen 20 jaar zal de gemiddelde temperatuur op aarde minimaal 2 graden stijgen.

De meeste studenten zullen het net als ik wel gemerkt hebben toen ze door de tuin liepen. Overal verschenen al groene knoppen aan de bomen en bloesem aan de struiken, we zagen zelfs nog kikkers rond hupsen die het te warm vinden om een modderplas voor de winter op te zoeken.

Om ervoor te zorgen dat wij en de volgende generaties niet permanent op het terras gaan zitten of hoeven te schuilen voor extreme stormen is er twee weken druk gediscussieerd. De gemaakte afspraken over de reductie van broeikasgassen gaan pas in 2020 in, dat is het moment dat het Kyoto-protocol (een eerdere poging om tot klimaat-doelstellingen te komen) afloopt. Het Kyoto protocol bleek een flop, bijna geen grote landen (onder andere bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Canada) deden er aan mee en weinig landen hebben zich eraan gehouden.

Dit keer gaan de deelnemende landen elke 5 jaar controleren hoe het gaat met de gestelde doelen en ze gaan arme landen financieel ondersteunen om ook daar die doelen te kunnen halen.

De wereldleiders hebben nu concrete afspraken gemaakt, we kunnen nu zelf gaan afwachten of de deelnemende landen de afspraken dit keer wel na gaan komen, maar als individuen kunnen we zelf natuurlijk ook al aan de slag gaan met onze eigen duurzaamheidsdoelstellingen! 

Lotte Ballering, Commissaris Duurzaamheid

Groepsfoto van de wereldleiders op de klimaattop in Parijs