woensdag 30 mei 2012
Libellen op het landgoed
Op Waarneming.nl is te zien dat er van de Juffers de Azuur-, variabele water-, vuurjuffer en het Lantaarntje gezien zijn.
Van de grotere Libellen zijn de: Smaragd-, Venwitsnuit-, Noordse witsnuitlibel, Glassnijder, Platbuik en Viervlek waargenomen op het landgoed.
De Viervlek (Libellula quadrimaculata), familie van de Korenbouten (Libellula), is een soort die vrij gemakkelijk te herkennen is aan de vier vlekken op de vleugels aan de weerzijden van het lichaam.
Viervlekken vliegen van eind april tot begin september.
De geslachtsrijpe mannetjes gebruiken uitkijkposten (bijvoorbeeld een stengel van pijpenstrootje) om de omgeving af te speuren op concurrerende mannetjes of voor vrouwtjes om mee te paren.
Na de paring zet het vrouwtje de eitjes af in ondiep water, tijdens de eiafzet beschermt het mannetje het vrouwtje van concurrerende mannetjes die ook wel willen paren.
De larven die uit de eitjes komen blijven twee tot drie winters in het water, van eind april tot half juli komen de volgroeide larven uit het water gekropen vanwaar ze de wijde wereld in vliegen.
Er zijn jaren bekend dat de Viervlek in zeer hoge aantallen voorkomt en er zwermen van miljoenen Viervlekken ontstaan.
Deze zwermen zijn tegenwoordig niet meer in Nederland te zien maar wel in andere delen van zijn leefareaal (Europa, m.u.v. de uiterste zuidelijke en noordelijke delen).
Viervlekken komen zeer algemeen voor in Nederland en zijn vaak te vinden bij stilstaande wateren.
Op het landgoed kun je hem o.a. zien vliegen bij de graslandjes langs de kant van de snelweg.
Tekst en foto: Jurgen Rotteveel.
Bron: http://www.libellennet.nl/, Libellen van Europa - Klaas-Douwe B Dijkstra – Tirion Natuur - Baarn 2008 en www.waarneming.nl
woensdag 23 mei 2012
Een sterke voorlichting over een sluipend gevaar
De teek en de ziekte van Lyme
Gastcollege
20% Korting voor studenten!
dinsdag 24 april 2012
De Witte klaverzuring
Door de warme periode in maart liep de ontwikkeling van planten voor op de normale situatie. Maar door de kou van de afgelopen tijd zijn we deze voorsprong kwijt geraakt.
Op dit moment bloeit de Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) in het Kappellenbos op het landgoed. Deze overblijvende plant komt voor op vochtige beschaduwde plaatsen in bossen en heggen en voelt zich hier dus goed thuis. Witte klaverzuring is het meest gespecialiseerd aan een minimale lichtbehoefte. De planten blijven erg laag maar de wit tot paars geaderde kroonbladeren vallen goed op. De drie hartvormige blaadjes lijken op klaver maar het is geen familie.
Witte klaverzuring bevat een hoog gehalte aan oxaalzuur, waardoor het een bittere zure smaak heeft. Dit komt ook terug in de naam. Oxalis is afgeleid van het Griekse woord oxys dat zuur betekent. De tweede naam acetosella betekent in het Latijn ‘naar azijn smakend’. In Noord-Amerika werd klaverzuring door indianen aan hun paarden gevoerd om ze sneller te laten lopen.
Tekst en foto: Niek Meister
Met dank aan: Andre van Harxen
dinsdag 17 april 2012
Een slak aan de wandel

Regen is nou niet voor iedereen een van de meest ideale weersomstandigheden voor een gezellige avondwandeling. Deze Wijngaardslak (Helix pomatia) dacht daar duidelijk anders over. Normaal worden deze dieren op Landgoed Larenstein alleen gevonden rond de ruïne van de voormalige pastoorswoning. Deze slak was duidelijk wat avontuurlijker en werd door Ben ter Mull gevonden op een van de paden in de demonstratie tuin. Dit betekend dat deze “wereldreiziger” toch wel enkele honderden meters van zijn oorspronkelijke habitat verwijdert is geraakt!
Maar waarom komen Wijngaardslakken nou niet over heel het landgoed voor? Dit heeft te maken met het enorme huis dat ze op hun rug mee dragen. Met een huisje van maximaal 5 cm in doorsnede is deze slakkensoort de grootste huisjesslak van ons land. Voor de bouw van een dergelijk huisje is natuurlijk een hoop kalk nodig. Omdat de ruïne gebouwd is met kalkrijk cement vinden wijngaardslakken hier de omstandigheden die ze nodig hebben. De rest van het landgoed is dus te kalkarm om de Wijngaardslak van een geschikte woning te voorzien.
Deze reizende Wijngaardslak verkeert overigens in goed gezelschap. Biologen gaan er van uit dat de slak van nature gebonden is aan warmere streken in Midden en Zuid Europa. Hoe komen de slakken dan hier? Wel laten we zeggen dat mensen overal ter wereld altijd en in alle tijdperken de vreemde gewoonte lijken te hebben dingen die slijmerig en onappetijtelijk zijn als delicatesse te beschouwen. De eerste vondst van wijngaardslakken dateren waarschijnlijk uit het Neolithicum wat de Wijngaardslak waarschijnlijk tot een van de oudste exoten in ons land maakt. Ik kan mij niet indenken dat een dergelijk slijmerig stukje vlees echt heel lekker is maar kennelijk waren onze voorouders er zo aan verknocht dat ze genoeg dieren hebben ingevoerd om een stabiele populatie te stichten. Later geholpen door de Romeinen is de wijngaardslak inmiddels niet meer weg te denken uit de Nederlandse fauna. Ze wordt niet meer beschouwd als exoot en wordt zelfs gezien als een zeldzame diersoort die het beschermen waard is. Van exotisch voedingssupplement naar beschermd natuurschoon, die wijngaardslakken zijn dus lang zo sloom nog niet!
Foto: Ben ter Mull
Tekst: Tim van Leeuwen met dank aan Ben ter Mull voor de inspiratie
donderdag 5 april 2012
Ode aan de Vroegeling

Ten eerste is het vaak een van de eerste planten die bloeit in het voorjaar. De plant overwintert als rozetje en zo snel het enigszins vorst vrij is lopen de plantjes uit en vormen zich vaak grote tapijten witte bloempjes. In vroeger tijden deed hij dat in korenvelden voor het gewas tijd kreeg om uit te lopen. Toen koren werd vervangen door graansoorten met een hogere gewasopbrengst moest de Vroegeling een ander onderkomen gaan zoeken. De plant heeft toen in korte tijd een transformatie ondergaan die zelfs veel mensen nog zwaar valt, van boerenkinkel naar echte kosmopoliet. Door zijn grote aanpassingsvermogen is de plant opgeklommen van onkruid tussen het graan tot de nachtmerrie van iedere gedetineerde schoffelaar! Je kunt namelijk wieden wat je wil, volgend jaar staan er weer net zo veel Vroegelingen als je dit jaar hebt weggehaald. Een echte vastbijter dus!
Naast het feit dat het plantje een kleine doorzetter met een groot aanpassingsvermogen is, is zij ook nog eens geweldig dankbaar foto-object! De stengels wringen zich in allerlei vreemde hoeken wat het erg leuk maakt om naar te kijken. Het zijn net balletdanseressen met een witte jurk. Neem daarbij dat de plantjes heel algemeen zijn en je hebt een ideale combinatie! Ofwel; is de Zeearend, Herfstschroeforchis of Julikever waar je eigelijk naar op zoek was even niet voor handen? Geen nood! Je hebt je 20 kilo aan camera spullen niet voor niets mee gesleept! Er is namelijk altijd wel een Vroegeling in de buurt om je op te vrolijken….als je tenminste vroeg genoeg bent natuurlijk.
Tekst en foto,
Tim van Leeuwen
maandag 19 maart 2012
Het is weer zover: de paddentrek!

Elk jaar tussen februari en april wanneer de bodemtemperatuur 4 a 5 graden is trekken de padden vanaf hun overwinteringplaats naar de plek waar ze eieren gaan leggen. Ze overwinteren in de begroeiing van bossen parken en in tuinen, ingegraven onder bladeren, onder houtstapels en in holen. Ook op Landgoed Larenstein is het weer zo ver en daarom nemen we een kijkje in het paddenleven.
Padden blijken te beschikken over een soort postduiveninstinct waardoor ze terugkeren naar het water waar ze zelf uit het ei zijn gekomen( soms meer dan 2 km). Hoe dit kan is nog niet bekend maar uit tests blijkt dat de reuk geen rol speelt en veranderingen op de route geen probleem vormen.
De mannetjes beginnen eerst aan de tocht en proberen zich onderweg vast te klampen aan een passerend vrouwtje (herkenbaar aan de opgezwollen buik vol met eitjes).
Een graad of 10 en regenachtig weer, dat zijn niet voor iedereen ideale weersomstandigheden maar wel voor de paddentrek. Een beetje pad laat zich niet vellen door onverwachtse kou, bij vorst graven ze zich ter plekke in.
Als mannetjespad valt het niet mee, de concurrentiestrijd is enorm door het grote overschot aan mannen. Daardoor kan het voorkomen dat een iets te enthousiaste pad een ander mannetje, een kikker of een dode vis in de paargreep (amplexus) neemt.
3 dagen na aankomst op locatie begint de eigenlijke paring. Hierbij perst het vrouwtje haar eiersnoeren naar buiten en bevrucht het mannetje de eieren. Na de paring trekken ze verder naar hun zomerverblijven waar ze zich overdag schuil houden en `s nachts jagen op slakken en insecten.
Als de zomer voorbij is trekken de geslachtsrijpe padden naar hun overwinteringplaats en de overige padden zoeken ter plaatse een plek om te overwinteren.
Bronnen: http://dier-en-natuur.infonu.nl/natuur/7202-de-paddentrek-voortplanting-door-paringsdrang.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Amfibie%C3%ABntrek
Tekst: Niek Meister
Foto: Robin Kraaij
