dinsdag 7 juli 2015

1000-Soortendag De Zumpe


1000-soortendag De Zumpe
De KNNV Afdeling Doetinchem was dit jaar 100 jaar eigenaar van De Zumpe. Dit gebied van 23 HA groot is in deze periode erg goed beschermd gebleven tegen bedreigingen van deze tijd. Het gebied is bijvoorbeeld goed beschermd tegen de effecten van stikstof depositie door de kalkrijke kwel die in het gebied aan de oppervlakte komt. Door de onbereikbaarheid en de slechte betreedbaarheid van de broekbossen word het gebied ook weinig betreden en kunnen planten en dieren rustig hun gang gaan zonder plat getrapt of verstoord te worden.

In het kader van het 100jarige eigendom werd het weekend van 6 en 7 juni een evenement met een 1000-soortendag en vele excursies georganiseerd. Wij als Laarx waren op uitnodiging van Andre Hertog ook aanwezig op dit evenement en deden mee aan verschillende activiteiten.
Zaterdag 6 Juni werd om 12 uur het startsein gegeven en begonnen de inventarisatiemensen met het zoeken naar soorten voor de 1000-soortendag. In deze Bioblitz was het de bedoeling om gedurende 24 uur zoveel mogelijk soorten waar te nemen in het gebiedsdeel wat 3,5 Ha groot was. 
Met de start kregen we een set streeplijsten met alle gevonden soorten van de afgelopen 100 jaar. We hadden veel geluk met het weer aangezien het lekker warm was. Er waren dus heel wat dieren actief en er stonden heel wat plantensoorten in bloei.






Binnen dit gebied is de florasamenstelling goed geïnventariseerd. Op de plantenlijst waren dus veel soorten te winnen voor dit weekend en daarom gingen de LaarX leden mee met plantendocent Andre Hertog om de soorten af te strepen. Na 2 uur veel geleerd, gezien en opgefrist te hebben kwamen wij uit op maar liefst 172 plantensoorten. Enkele topsoorten waren Eenbes, Torenkruid en de Grote Keverorchis.

Snachts kwam de nachtvlinderlamp tevoorschijn en hebben we met enkele geïnteresseerden de prachtige nachtvlinders die hier op af kwamen gedetermineerd en afgestreept op de lijst. Vooral de indrukwekkende Dennenpijlstaart was een grote verassing.
Na het overnachten in onze tentjes begon de volgende dag en na een snel ontbijt gingen we snel verder met de inventarisatie.
Zondag 7 Juni om 12 uur werd de Bioblitz afgesloten en de streeplijsten werden ingeleverd om ingevoerd te worden. In de middag kwam er een wethouder van de Gemeente Doetinchem de uitkomst presenteren.
Hieruit bleek dat er maar liefst 339 soorten waren waargenomen waaronder 35 nieuwe soorten voor het gebied.


Wij als studenten voelden ons erg bevoorrecht om in dit gebied, dat normaal afgesloten is voor publiek, te mogen rondlopen en te helpen met het inventariseren.

Met vriendelijke groet,

Thijs Damen
Commissaris Landgoed

maandag 30 maart 2015

Een zoemend hotel


Sinds een week staat er een nieuwe bezienswaardigheid op het landgoed van Larenstein te Velp.

Een heus insectenhotel!

Dit insectenhotel is een presentje aan Hogeschool VHL en is gemaakt door het bestuur van Laarx.
Het hotel zal een veilig thuis bieden aan met name solitaire bijen en overwinterende insecten.

Het hotel is gemaakt van een schijf loofhout van ongeveer 20 cm dik waarin gaatjes met verschillende diameters zijn geboord. Deze verschillende diameters zijn belangrijk omdat ze worden gebruikt door verschillende soorten. Ook het materiaal is soort specifiek daarom zit er ook een baksteen met gaatjes in het insectenhotel. De takjes achter het gaas zijn gemaakt om overwinterende insecten een plek te bieden.

Het begin van de lente is een top tijd om bij het hotel te gaan kijken. De solitaire bijen verzamelen stuifmeel uit de eerste bloemen van bijvoorbeeld Klein Hoefblad en stoppen dit in de tunnel. Het verzamelen van stuifmeel in plaats van nectar maakt solitaire bijen veel effectievere bestuivers dan bijvoorbeeld Honingbijen.
Op het stuifmeel word later een eitje gelegd en dient als voedsel voor de larve. Dit stukje word afgesloten met speeksel en een soortspecifiek materiaal en dan word er aan een nieuw compartiment gewerkt. Deze gaatjes worden zo helemaal gedicht.

Het wonderbaarlijke aan deze manier van eitjes leggen is dat het eitje dat als laatst is gelegd (het dichts bij de uitgang) als eerste uitkomt. Wat erg handig is anders zit het nieuwe bijtje opgesloten in het diepste compartiment. Zo graven de nieuwe bijtjes zich één voor één uit hun broedkamers en beginnen volgend jaar hun leven als solitaire harde werker.

De larven van solitaire bijen zijn natuurlijk een lekker hapje voor iedereen die er bij kan komen. Zo worden de compartimenten die het dichts bij de ingang liggen wel eens gepredeert door vogels maar er is een heel scala aan specifieke predatoren en parasieten die gespecialiseerd zijn in het eten van solitaire bijen en hun larven en eitjes. Zo zijn er zweefvliegen en wespen die hun eitjes leggen bij de eitjes van de bij waarna de eitjes van de bij als voedsel dienen voor de larven van de parasiet.
Ook hangen enkele predatoren rond bij het bijenhotel om een onoplettende volwassen bij te grazen te nemen.

Een geweldig spektakel dus zo een insectenhotel. Kies een mooie zonnige dag en kom eens kijken bij het hotel wanneer de zon op het hotel staat. Het hotel is geplaatst bij de kapel. Er komen ook enkele zoekkaarten te hangen om de bezoekers te herkennen.

Tot daar!

Thijs Damen(foto Lex Plasmans)

dinsdag 10 maart 2015

Geef eens een beestje een naam!

Ons Landgoed is ongelofelijk rijk aan soorten. Wie alleen al kijkt naar de planten is al erg lang bezig om alle soorten op naam te brengen. Gelukkig is er een goed determinatiewerk dat kan helpen bij het helpen van alle planten. De flora. Op de opleiding leer je werken met dit boek en komen veel mensen tot de conclusie dat het op naam brengen van planten een tijdrovende klus is. Maar hoe zit dat met dieren? Zoogdieren, vogels en amfibieën en reptielen zijn nog goed in 1 boek te vatten maar van ongewervelden zijn er ontzettend veel!  Vandaag een blog met een kleine introductie over het determineren van ongewervelden.

In Nederland komen 943 soorten gewervelden voor. Dat klinkt als enorm veel. Tot je kijkt naar het aantal ongewervelden! Daarvan hebben we er in Nederland 26.869! Dit aantal is zo groot dat het bijna niet voor te stellen is. In ieder geval is het duidelijk dat niemand ooit al deze diersoorten uit het hoofd kan leren. Gelukkig zijn er soortgroepen waar je toch makkelijk mee kan beginnen en voor sommige soortgroepen zijn er zelfs online determinatiesleutels beschikbaar!

Het voorbeeld van vandaag is het determineren van een pissebed. Deze groep is niet heel groot. En vaak is een loepje genoeg om een pissebed op naam te brengen. Nog een pluspunt is dat het determinatiewerk gratis te downloaden is!( http://www.pissebeddenproject.nl/determinatie.html)
We beginnen met de foto hierboven. Een soort die veel op het landgoed voorkomt.

-De eerste vraag laat kiezen of de Exopodieten van de uropoden langwerpig of rond zijn. Dit klinkt erg ingewikkeld, maar dat valt mee. In de tabel is een tekening van een pissebed opgenomen waar alle namen zijn aangegeven. Ook staan er duidelijke plaatjes naast de vraag waar op gelet moet worden. Het blijken de 2 staartjes aan het achterlijf van de pissebed te zijn. Wij kiezen voor langwerpige Exopodieten.

- De 2e vraag laat ons kiezen tussen pissebedden met antennes die aan het uiteinde 10 of meer segmentjes hebben en met grote ogen met veel ocellen(oogpuntjes). De andere keus is een pissebed met antennes met 2 of 3 leedjes aan het uiteinde van de antenne en kleinere ogen met maximaal 30 oogpuntjes. Omdat onze pissebed zeker geen 10 segmentjes aan zijn antennes heeft en ook geen ogen heeft kiezen wij voor de 2e mogelijkheid.

- nu moeten wij kiezen tussen antennes die of 1 leedje en een kwastje hebben. Of antennes die 2 of 3 leedjes en geen kwastje hebben. In het veld komt een loepje nu van pas. Maar op een foto is geen kwastje te zien aan het einde van de antenne en ook zijn er 2 leedjes te zien. We kiezen dus voor optie 2!

- de volgende vraag laat ons kiezen tussen 3 of 2 antenneleedjes. We zien zeker geen 3 leedjes en bij bestuderen van dichtbij is er 1 groot segmentje en een heel klein segmentje te zien. We kiezen dus voor 2 leedjes.

- Nu wordt de vraag gesteld of de pissebed gepigmenteerde oogjes heeft. Zoals goed op de foto is te zien zijn er geen ogen te vinden op deze pissebed. Als we kiezen voor de optie geen oogjes staat er een naam: Platyarthrus hoffmannseggi. Nu is het nog een kwestie van kijken op internet of de determinatie klopt. Het helpt om te kijken of plaatjes en soortbeschrijving van de soort overeen komen maar ook habitat is erg belangrijk. Deze soort komt volgens verschillende sites voor in mierennesten en dat is precies waar dit exemplaar gevonden is. onze determinatie was succesvol!


Het determineren van dieren is andere koek dan planten op naam brengen maar zeker iets om een keer te proberen. Ik daar jullie dus uit: vang eens een pissebed en ga met behulp van deze determinatiegids aan de slag. Veel succes!

Tekst en foto's: Robin Kraaij

dinsdag 3 maart 2015

Grijp wat je grijpen kan!

De paddentrek is begonnen. Ieder voorjaar trekken padden massaal naar hun voortplantingswater en hebben de vervelende gewoonte om daarbij de kortste weg te pakken. Dit resulteert niet zelden in paddenmoes op een autoweg. Gelukkig zijn er overal in het land mensen die zich bekommeren om het paddenlot en deze leuke diertjes helpen met oversteken. Ook op landgoed larenstein zijn padden te vinden. Er is al eerder een blog verschenen over de trek. Vandaag ga ik in op de paddenman!

De paddenman is  altijd wat kleiner dan de paddenvrouw. Dit heeft 2 redenen. De paddenvrouwen zitten in het voorjaar vol met eitjes en zijn daardoor een stuk forser. Maar paddenmannen kruipen ook graag op de rug van hun droomvrouw en liften dan mee naar de paarwateren. Het is dan ook fijn dat deze meeliftende mannen wat kleiner zijn.

Paddenmannen gaan al op het land op zoek naar een vrouw. Immers, een vrouw scoren als ze nog beschikbaar is, dat is altijd prettig! Ook in het water wordt er druk gezocht naar een beschikbare vrouw maar helaas zijn er vaak veel meer mannen dan vrouwen. Het is dus vaak zo dat er wanhopige mannen vol paringsdrang alleen overblijven. Toch geven deze mannen niet op.

Een eerste groep mannen gaat alsnog op zoek naar een partner. Vaak proberen ze een ander mannetje vast te houden maar deze piepen om te laten weten dat het geen vruchtbare combinatie is. De hitsige man zal meteen loslaten als hij dit gepiep hoort.  Het probleem begint pas echt als een mannetje iets vastpakt wat niet piept. Zo heb ik kikkers, salamanders, dode padden, frisdrankflesjes, vissen en zelfs mijn vingers gezien die liefdevol omhelsd werden door padden. Deze omhelzing kan soms wel dagen duren voordat de pad zijn fout doorheeft, liefde is tenslotte blind!

Een andere groep paddenmannetjes kiest letterlijk eieren voor het geld en spuiten hun zaad over de paddensnoeren die al gelegd zijn. Op deze manier kunnen zij eitjes bevruchten die toevallig niet tijdens de paring bevrucht zijn. Uit onderzoek is gebleken dat deze strategie nog werkt ook.

Zelf ook een gekke combinatie gezien van een pad met iets anders? Plaats heb op de VHL natuur facebook!
Tekst en foto: Robin Kraaij

dinsdag 24 februari 2015

Rups of geen rups?

Het voorjaar komt er weer aan en binnen een maand of 2 zullen er weer overal rupsen te zien zijn! Deze vaak kleurige langwerpige vlinders in wording zijn te vinden op allerlei planten en zijn net als de vlinders goed op naam te brengen. Toch is er een grote kans dat je bij de determinatie van rupsen op een gegeven moment vastloopt. Dit komt omdat er in Nederland nogal wat rups look-a-likes rondkruipen!

Rupsen en de larven van bladwespen lijken erg op elkaar. Ze zijn allebei langwerpig en zacht, met aan de voorkant een harde kop en 6 puntige pootjes(borstpoten) en onder het achterlijf zitten stompe buikpoten. Zoals al te zien is op de foto's is het best logisch dat rupsen en bladwespenlarven door elkaar gehaald worden. Gelukkig zijn er ook genoeg verschillen.

- Tussen de borstpoten en de buikpoten zitten bij rupsen 2 segmenten en bij bladwesplarven maar 1 segment.
- rupsen hebben naschuivers. 2 pootjes helemaal aan het einde van het lijf. Bladwespenlarven hebben deze pootjes niet.
- bladwesplarven hebben 2 grote ogen op hun kop. Rupsen hebben een aantal kleine bijna niet zichtbare oogjes. Bij bladwespenlarven komen veel soorten voor met een zwarte kop. Hier zijn de ogen erg lastig te zien.
- Rupsen hebben duidelijk segmenten. Terwijl blad
wesplarven meer geribbeld zijn en geen duidelijke segmenten hebben.

Met deze verschillen zijn rupsen en bladwesplarven makkelijk uit elkaar te halen. Veel succes met de determinatie het komende seizoen!

Tekst en Foto's: Robin Kraaij

woensdag 18 februari 2015

Een sprankje lente in de winter.

Het is eindelijk zover. Na de lange, grijze, doodse periode steken de eerste blaadjes zich weer boven de grond uit en na wat zoeken zijn ze daar dan: sneeuwklokjes. Deze mooie witte bloemen zijn er vroeg bij en staan al in bloei op de eerste mooie dagen van het jaar. Voor mij is dat altijd het teken dat vanaf nu al het leven weer op gang komt. Een fijne gedachte!

Het sneeuwklokje is familie van een andere bekende voorjaarsbloeier, ze behoren namelijk tot de narcisfamilie. Ze zijn klein, vaak niet hoger dan 25 cm en hebben blauwig groene bladeren. De bloemen hebben 6 kroonblaadjes maar wel in twee soorten. De buitenste 3 kroonbladeren zijn lang en wit. De binnenste 3 blaadjes lijken meer op hartjes en hebben een groene tekening.

Overal in Nederland zijn sneeuwklokjes te vinden. Van oorsprong zijn sneeuwklokjes hier niet inheems maar geïmporteerd als stinsenplant. Ze stonden op landgoederen en zijn daar vaak nog steeds te vinden. Het sneeuwklokje verwildert wel erg makkelijk waardoor ze zich snel hebben verspreid. Ook worden er veel kweekvormen in tuinen geplant die zich ook weer hebben vermeerderd. Op die manier is heel Nederland gekoloniseerd door dit leuke plantje. Niet wild. Maar wel een kleine geluksbrenger die de winter een sprankje lente geeft!

Tekst en foto: Robin Kraaij