woensdag 11 februari 2015

Licht in de duisternis



Landgoed Larenstein is één van de donkerste plekken van Velp. Toch brandt er tot 21:00 licht in de vele lokalen waar studenten bezig zijn met afstuderen, opdrachten maken en maquettes in elkaar zetten. Ook zijn er bij de school verschillende lantaarns te vinden die de ingangen verlichten. Maar wat doet dit licht met de dieren? Over de effecten van licht op dieren is nog niet veel bekend. Er worden vele onderzoeken gedaan, dus er wordt wel steeds meer bekend. Eén van de soortgroepen die erg beïnvloed worden door licht zijn de nachtvlinders. Vele onderzoekers en hobbyisten maken gebruik van de lichtgevoeligheid van nachtvlinders om te inventariseren wat er in een gebied voorkomt. Voor de wetenschap is het een fijne methode om deze verborgen levende dieren toch te kunnen bestuderen. Helaas worden vlinders niet alleen aangetrokken door vlinderlampen, ook andere lichtbronnen werken zeer verleidelijk voor ze. Daarom zwermen er vaak vlinders rondom lantaarnpalen en andere lichtbronnen. Niet alleen verspilt een vlinder veel energie aan het nutteloos rondjes vliegen rond de lamp; ook de kans dat de vlinder wordt opgegeten door vleermuizen is veel groter. Deze slimme dieren jagen namelijk graag rondom lantaarns. Het grote gevaar is dat er steeds minder eitjes gelegd kunnen worden. Dit is niet alleen slecht voor de vlindersoorten, maar ook voor vele andere dieren die vooral rupsen eten. Ook vogels hebben waarschijnlijk last van de vele kunstlichtbronnen. De timing van vele activiteiten, zoals broeden, is waarschijnlijk afhankelijk van het dag-nachtritme. Als er veel kunstlicht is wordt dit systeem in de war geschopt met alle gevolgen van dien. Ook amfibieën reageren op licht en worden erdoor aangetrokken. Vaak is het meest verlichte deel van het habitat van amfibieën een autoweg. De amfibieën blijven graag in de buurt van het licht en eindigen daardoor vaak als een pannenkoek op het asfalt. Er zonde. Over de schade die lichtvervuiling bij zoogdieren veroorzaakt is relatief weinig bekend. Men gaat er vanuit dat muizen minder actief zijn omdat ze niet graag door het licht bewegen. Bij vleermuizen zijn er soorten die licht vermijden en juist soorten die graag jagen in het licht. Om alles te weten te komen over schade door kunstlicht en om oplossingen te bedenken voor de problemen is veel onderzoek nodig. Zelf een steentje bijdragen? Kijk op www.lichtopnatuur.org.

Tekst en foto: Robin Kraaij

zondag 1 februari 2015

Een primitieve spring-in-het-veld

Op landgoed Larenstein komen erg veel planten en diersoorten voor. De meeste van deze soorten zijn makkelijk te zien maar er zijn ook soorten die super klein zijn. Ik ga graag het landgoed op en zoek dan juist naar de kleinste dieren, planten en paddenstoelen. 1 van de kleinste met het blote oog vindbare soortgroepen zijn de springstaartjes. Springstaartjes zijn er in vele soorten en maten maar vandaag kijken we naar het oerinsect!

Er zijn 2 basisvormen springstaartjes. Zo zijn er de langwerpige soorten die nog het meeste lijken op een cylindertje met pootjes en de bolvormige soorten die meer lijken op een bolletje met een kopje. Zoals de foto al laat zien is het oerinsect een bolvormig springstaartje. Springstaartjes hebben natuurlijk niet voor niets deze naam gekregen. Onder hun achterlijf hebben ze 2 uitsteeksels zitten die in rust opgevouwen zitten. Als er echter gevaar dreigt kunnen ze deze uitsteeksels razendsnel uitklappen, dat heeft als effect dat het springstaartje zichzelf de lucht in katapulteert en heel snel een veilig heenkomen zoekt. Het oerinsect heeft deze uitsteekseltjes ook maar is vergeleken met andere soorten wat rustiger. Ze springen alleen weg bij echt gevaar. Springstaartjes eten algen, schimmels en organisch afval en leven erg verborgen. Dit omdat ze snel uitdrogen in de open lucht.

Het oerinsect is van andere bolle springstaartjes te onderscheiden door zijn kleur en grootte. Ze zijn glimmend lichtbruin tot bijna zwart. vaak hebben ze een mooi patroon van donker en lichter bruin op hun rug. Andere bolle springstaartjes kunnen vele kleuren hebben maar zijn nooit echt glanzend of hebben een totaal andere kleur. De naam oerinsect is een beetje vreemd gekozen omdat springstaartjes geen insecten zijn. Ze lijken met hun zes pootjes wel wat op insecten maar ze hebben geen borststuk, alleen een kopje en een achterlijf. ook hebben ze geen vleugels en ze hebben een paar losse oogjes, geen samengestelde ogen zoals bij insecten.
Ook een keer op zoek naar ongewervelden? kijk eens onder een dood stammetje of een stukje los schors en verwonder je over de enorme onzichtbare soortenrijkdom van Landgoed Larenstein.

Tekst en Foto: Robin Kraaij

donderdag 18 december 2014

Aziatische verstekelingen

Hoewel deze tijd bekend staat als het moment waarbij vaak vele Scandinaviërs aanvliegen, zijn het dit keer Aziaten die het landgoed zijn binnen gedrongen. We hebben het hier over de Aziatische veldkers!
Aziatische veldkers (Cardamine Asian flexuosa) is een uit Azië afkomstige plant die vorig jaar pas officieel als nieuwkomer voor Nederland is vastgesteld. Het is echter aannemelijk dat Aziatische veldkers al een aantal jaar in Nederland rondzwerft maar niet eerder is opgemerkt. Zo lijkt de soort op het eerste gezicht veel op de veelvoorkomende bosveldkers (Cardamine flexuosa) en kleine veldkers (Cardamine hirsuta). Zoals vele andere nieuwkomers heeft ook Aziatische veldkers via tuincentra Nederland weten te bereiken. Met plantmateriaal uit het verre oosten wordt namelijk veel grond aangevoerd, soms inclusief de ‘onkruiden’.
               Habitus van een volledig uitgegroeide Aziatische veldkers.

Aziatische veldkers is een eenjarige plant die behoort tot het kruisbloemen geslacht Cardamine, net als andere veldkersen en de pinksterbloem. Het is een vroege voorjaarsbloeier die ook in relatief zachte winterperioden weer in bloei kan komen. Het is daarnaast een pionier, die voorkeur heeft voor open (omgewerkte) bodems. Aziatische veldkers vind je dan ook met name op kwekerijen en als ‘onkruid’ in plantenbakken in tuincentra. Ook begraafplaatsen, tuinen en langs gevels in de stad kun je de soort aantreffen.

Ondanks de sterke gelijkenis met bos- en kleine veldkers onderscheidt Aziatische veldkers zich door een aantal kenmerken. Het gaat hierbij om een combinatie van de onderstaande eigenschappen.

Herkenning:
- Geen rozetbladeren
- Stengelbladeren zijn van boven kaal (loepje!)
- Vaak drie- of tweelobbige deelblaadjes
   

     Deelblaadjes van de stengelbladeren zijn van boven kaal en vaak drielobbig.

Over het voorkomen van Aziatische veldkers binnen Nederland is nog weinig bekend. Nu de soort al een enige tijd publiciteit geniet, worden er steeds meer vondsten gedaan. Men heeft echter nog lang geen volledig beeld van de verspreiding.
Hoewel Aziatische veldkers tot voor kort nog ontbrak op het landgoed, trof ik hem laatst voor het eerst aan op de voormalige locatie van het klooster. Op deze plek is een haag aangelegd waarbij gebiedsvreemde grond is gebruikt. Het is waarschijnlijk dat de Aziatische veldkers hiermee is aangevoerd.


Ondanks zijn exotische komaf lijkt Aziatische veldkers geen invasief gedrag te vertonen. Een vriendelijke vreemdeling dus en een leuke aanwinst voor landgoed Larenstein!

Tekst en foto’s:
Tim van de Vondervoort
Literatuur:
Dijkhuis, E., Dirkse, G. &
 Duistermaat, L. (2014), Let op Nieuwe Aziatische veldkers, Natuurbericht.nl

woensdag 10 december 2014

Het is zover!! Het nieuwe LaarX bestuur.

De bestuurswisseling heeft plaatsgevonden en het oude bestuur heeft een stokje doorgegeven aan een nieuwe groep studenten.

Laten we beginnen met de voorzitter:

Mijn naam is Michiel Elderenbosch en ik ben 22 jaar. Van oorsprong kom ik uit Assen maar woon sinds 2.5 jaar nu in Velp en volg de opleiding Bos en- Natuurbeheer. Ik zit in het derde jaar en ben nu bezig met m’n Major Natuur en Landschapstechniek. Voor Larenstein heb ik al een MBO opleiding Bos en- Natuurbeheer gedaan op het AOC-Terra in Meppel. Deze opleiding was mij te praktisch en wilde graag verder leren. Zelfs na Larenstein ben ik waarschijnlijk nog van plan om wellicht Wageningen of Groningen op te zoeken en daar verder te studeren.



Mijn passie zijn vogels. Daar ben ik achter gekomen na een stage bij Vogelringstation Menork in Friesland. Hier heb ik veel ringwerkzaamheden gedaan en dat heeft er toe geleid dat ik nu nog steeds actief ben op ringgebied. Ik ben druk bezig met oefenen zodat ik over een tijdje mijn eigen ringvergunning kan krijgen. Vanaf april 2015 zit ik waarschijnlijk samen met Piet Admiraal (ook Larensteiner) 3 maanden lang op Antikythera (Griekenland) om daar een ringstage te volgen. Hier heb ik echt super veel zin in en kan bijna niet wachten tot het zover is.

Mijn rol binnen LaarX is dat ik de voorzitter mag zijn voor een jaar. Ik wil LaarX nog bekender maken door middel van allerlei leuke lezingen en activiteiten op Kennislandgoed Larenstein. Zo zou ik graag willen dat er een nestkast voor kool/pimpelmezen word voorzien van een camera zodat we een  livestream in de kantine hebben! Dit is een van de middelen die ik wil gebruiken om LaarX nog meer bekend te maken bij de studenten op school. Ik heb al gemerkt dat dit bestuur vol zit met ideeën en zie er naar uit om deze te realiseren. Verder wil ik een leuke tijd met de rest van het bestuur doormaken, samen LaarX naar een hoger niveau tillen en je leert er op persoonlijk vlak ook nog eens erg veel van.
Tot ziens bij een van onze lezingen!





De Penningmeester/ secretaris:





Mijn naam is Lex Plasmans ik ben de nieuwe penningmeester van Laarx. Ik ben 23 jaar en tweedejaars BNB student op VHL. Voordat ik hier studeerde heb ik 4 jaar 'Ecology & Wildlife Studies' gestudeerd op Helicon Velp. Hiervoor ben ik in 2012 een half jaar naar Ecuador op stage geweest.  Mijn passie voor tropische natuur is daar ontstaan, heb ik gekozen om hier naar VHL te komen voor de major 'Tropical Forestry'. Naast natuur in verre oorden ben ik ook breed georiënteerd en vind ik al sinds mijn jeugd natuur waar het ook is interessant. Ik hoop dat ik dit ook toe kan passen binnen het bestuur vaan Laarx en de lezingen. Ik ben in het eerste jaar van de opleiding veel aanwezig geweest bij Laarx activiteiten en ken het belang verrijkende kennis naast de colleges. Ik wil graag die traditie van Laarx uitdragen en mijn steentje bijdragen binnen de vereniging en de school.

De Commissaris duurzaamheid: 

Mijn naam is Joram Goth 21 jaar oud.
11-11-2014 ben ik verkozen tot Commissaris duurzaamheid voor de periode 2014-2015

Duurzaamheid inspireert mij, het maakt mij bewuster van de wereld om mij heen en ik laat graag mensen bewuster/positiever denken.

Graag zou ik Laarx stimuleren meer inkomsten te generen, zodat er meer bijzondere sprekers en excursies uit deze inkomsten kunnen worden betaald.
Ook zonder geld nodig ik graag samen met het bestuur nieuwe van Laarx gastsprekers uit, niet alleen voor BNB maar ook voor LWM,T&L en de opleidingen uit Wageningen.

Ik ben altijd nieuwsgierig naar alles. vooral in combinatie met natuur.
Naast mijn functie ben ik ook gevorderd imker en heb hier ook mijn eigen bedrijf: BijenKoning wat tevens mijn bijnaam is.

Help mij duurzaamheid klein of groot zichtbaarder maken!

Heb je ideeën of ben je gewoon enthousiast(over duurzaamheid)?
Stuur gewoon een mail!


Dan de commissaris studievereniging:

Naam: Guus Jenniskens
Leeftijd: 21
Opleiding: Tweede jaar van BNB, ga NLT doen als major.
Functie: Commissaris studievereniging
Interesses: Mijn grootste hobby is vogelen, maar daarnaast houd ik me ook steeds meer bezig met andere soortgroepen zoals vlinders en libellen. Verder ben ik vrijwilliger bij de waterscouting in Roermond, waar ik ook vandaan kom en waar mijn ouders nog steeds wonen.
Toekomst voor LaarX: Een groeiend aantal bezoekers, wekelijks interessante lezingen en ook regelmatige leuke en leerzame excursies voor onze leden.
Toekomst voor mijzelf: Later zou ik graag beheerder worden van een groot natuurgebied zoals De Meinweg.


Daarna de functie Marketing en communicatie:

Naam: Tessa Jonker
Leeftijd: 20
Opleiding: Tweede jaar van BNB, ik ga ITT doen.
Functie: Marketing en Communicatie
Interesses: Mijn hobby is alles dat met klassieke auto’s te maken heeft. Verder houd ik ook van de natuur, maar ik heb er nog niet zo veel verstand van. Ik ben me steeds meer aan het verdiepen in vooral vogels.
Toekomst voor LaarX: Meer bezoekers bij de lezingen, en ook eens in de zoveel tijd een lezing die ook interessant is voor T&L en LWM studenten.
Toekomst voor mijzelf: Ik zie mijzelf later werken in een groot houthandel bedrijf zoals Pontmeyer of Jongeneel in een functie waarbij ik regelmatig naar het buitenland mag.


 
En dan nu het grote nieuws. We hebben er een nieuwe functie bij !

De Commissaris Helicon

Ik ben Piet van den Bemd ,
19 jaar en zal dit bestuurs jaar voor LaarX  een nieuwe functie vertegenwoordigen: Commissaris Helicon.
Deze functie is ingebracht om ook studenten van het Helicon meer betrokken te laten raken met LaarX.
Verder heb ik afgelopen jaar mijn Diploma Bos- en Natuurbeheer behaald, en heb ik besloten om de studie Ecology and Wilflife mangement ook nog op het Helicon te volgen. 
De reden dat ik deze 2e studie ben begonnen is omdat ik erg geïnteresseerd ben in Zeezoogdieren op het Noordelijk halfrond, daarom probeer ik een hoop vakanties in canada en Scandinavië door te brengen.
Verder heb ik  als hobby’s karper vissen en jagen

De Commissaris Landgoed:


Mijn naam is Thijs Damen. Ik ben 23 jaar oud en zit in het 3e jaar van BNB.
Ik neem dit jaar de functie Commissaris Landgoed voor mijn rekening. Mijn hobby’s zijn: Zeilen bij de waterscoutingvereniging waar ik leiding ben, fotografie en natuur. Ik ben vooral bezig met insecten en zit daarom ook bij de insectenwerkgroep in wageningen. Ik ben veel op het landgoed te vinden en ben nu ook bezig om actief de soortenlijsten van het landgoed bij te houden en te updaten. Kom vooral eens kijken als we weer een dagje strooisel gaan onderzoeken!


vrijdag 31 oktober 2014

Hooiwagens


Op het landgoed is veel variatie te vinden zoals grasland en bos en bijvoorbeeld natte en droge plekken. Door deze variatie en de gradiënten ertussen gedijen er vele organismen. Maar waar planten en vogels zich relatief goed laten zien zijn vele andere groepen actief maar leven een verborgen bestaan. Een van die verborgen organismen is de hooiwagen.

Hooiwagens zijn spinachtigen maar eerder verwant aan teken en mijten dan aan de echte spinnen. Een van de makkelijkste veldkenmerken is het verschil tussen de opbouw van het lichaam. Waar spinnen een duidelijke scheiding heeft tussen borststuk (thorax) en achterlijf (abdomen) hebben hooiwagens 1 gecombineerd lichaampje.

Hieronder afgebeeld (boven) zie je de Gewone Mijnspin. Dat dit een spin is kun je goed zien aan de verdeling van borststuk en achterlichaam. Daaronder zie je een foto van de hooiwagen Nemastoma lugubre. Deze kleine diertjes zijn goed te onderscheiden aan de 2 witte vlekken op hun lichaam.


Vele mensen zullen schrikken van de wetenschappelijke namen die deze karakteristieke beestjes hebben gekregen maar mijn ervaring daarmee is dat ze snel wennen. En daarbij is die lange wetenschappelijke naam vaak mooier dan een Nederlandse naam die de soort maar half of slecht omschrijft. Een voorbeeld hiervan is de Strekpoot (Dicranopalpus ramosus) die hieronder is afgebeeld. Deze relatief grote hooiwagen is een exoot maar dat maakt ze zeker niet minder speciaal. De Strekpoot is goed te herkennen aan de gespleten palpen.


Zoals je kunt zien op deze foto mist dit exemplaar enkele poten. Hooiwagens zijn taaie diertjes en laten bij gevaar soms poten los om te ontkomen aan predatoren. Het lichaam van een hooiwagen is sterk bepantserd en hebben dus weinig vijanden die even
groot zijn als zijzelf. Hooiwagens hebben vooral te vrezen van kleine zoogdieren en vogels.
  
Wat hooiwagens zelf eten verschilt per soort. De meeste soorten leven van kleinere diertjes zoals springstaarten met een aanvulling van dood plantaardig materiaal. Hooiwagens zijn niet in staat een web te maken en hebben ook geen gif. Dus ze zullen veel groter moeten zijn als hun prooi of ze zullen zich dermate moeten aanpassen zodat ze een andere diergroep aankunnen. Een voorbeeld van zo een specialist is Trogulus tricarinatus (hieronder afgebeeld) . Alle leden van de Trogulus familie zijn zo gevormd dat ze een aparte diergroep op hun menu hebben kunnen zetten namelijk huisjesslakken. Trogulus tricarinatus heeft een radicale stap gemaakt in zijn evolutie en zijn lichaam is daarmee perfect aangepast voor het binnendringen van de huisjes. Deze hooiwagen is vooral bekend van kalkrijke condities zoals in Zuid-limbrug en in het riviergebied en is daarom op ons landgoed gebonden aan de mergel aan de stenen in de muurtjes die zijn gemaakt van de restanten van het oude klooster.


Zoals je kunt zien zijn hooiwagens erg divers in uiterlijk maar ook in gedrag, manier van leven en voorkomen. Dit maakt hooiwagens een gave groep om je in te verdiepen. Het gekke is dat dit bijna niet gebeurd. In veel literatuur en op sites als waarneming.nl zijn veel hooiwagens als zeldzaam aangemerkt hoewel dit vaak niet het geval is. Weinig mensen kijken ernaar en verdiepen zich in deze soorten en zo worden ze maar zelden gedocumenteerd. Dit zogenaamde waarnemingseffect maakt het nog eens extra leuk om deze apartelingen te vinden want het zou zomaar kunnen dat er ongemerkt zo een ''zeldzaam'' diertje door je tuin wandelt.

Om meer te leren over deze groep en ze goed op naam te kunnen brengen heb je goede bronnen nodig. Hierbij gebruik ik persoonlijk een boekje genaamd De Nederlandse hooiwagens uit de reeks entomologische tabellen en deze is op meerdere sites te koop zoals bij Vermandel (http://www.vermandel.com/product.php?pid=1075).

Ik wens jullie veel plezier met het zoeken onder stenen en dood hout en misschien zien we elkaar in de schooltuin.

Bedankt voor het lezen van dit lange verhaal!

Tekst en foto's: Thijs Damen


donderdag 9 oktober 2014

Gallen op het Landgoed

Tijdens een wandeling in het bos of bij het bestuderen van planten op het landgoed kom je ze wel eens tegen. Rare kleurrijke vergroeiingen van plantendelen. Dit zijn dus gallen. Gallen zijn abnormale vergroeiingen van plantenweefsels die veroorzaakt worden door allerlei soorten organismen.  De opvallendste zijn vaak de gallen van galwespen, galmuggen of galmijten maar de vergroeiingen kunnen ook veroorzaakt worden door schimmels of bacteriën.  Het voordeel voor veel van deze organismen is dat de larve zich kan ontwikkelen in een veilige omgeving. Gallen hebben allerlei gekke vormen en kleuren en komen op allerlei planten voor, van zomereik tot en met brandnetel.

 Elzenvlag is een gal die veroorzaakt wordt door een schimmel op de zwarte els.
Hondsdrafbeursjesgalmug is een gal die veroorzaakt wordt door muggen op hondsdraf.

Neem nu de aardappelgalwesp die kwam ik vorige week nog tegen op het landgoed. De ongevleugelde vrouwtjes van de aardappelgalwesp (veroorzaker) komen in de winter uit de grond om eitjes te leggen tussen de nog niet uitgelopen knoppen van de zomereik. Dit doet ze  met haar legboor,  naast de eitjes zet ze ook een stofje af die een biochemische reactie veroorzaakt in het systeem van de zomereik. Op deze plek groeit een grote gal van 2-3 centimeter doorsnede die op een aardappel lijkt. In deze aardappelgal ontwikkelen zich nu gevleugelde mannetjes en vrouwtjeswespen. Na de paring graven de vrouwtjes zich in de grond om de eitjes af te zetten die voor alleen vrouwelijke nakomelingen zorgt.  Deze nakomelingen maken de cyclus weer rond in de winter.

Aardappelgalwesp op zomereik

Naast de relatie van galveroorzaker en gastheer is er ook een relatie tussen niet gal verwekkende organismen. Dit zijn bijvoorbeeld sluipwespen die zich speciaal hebben geëvolueerd tot het prederen van gallen. De sluipwespen hebben een lange legboor waarmee ze door de schaal van de gal heen boren en een eitje afzetten op de larve van de galveroorzaker. Je ben dus nooit hellemaal veilig in een gal.

Zie de link voor een kort filmpje van David Attenborough over gallen.

Tekst: Jos Hoekerswever
Foto's: Jos Hoekerswever
Bron: Veldgids plantengallen, soortenbank.nl